Blog over contracteren in het wegtransport met afbeelding Dintelhavenspoortbrug Europoort
Contracterenin het wegtransport
Voorgoederenvervoer in Nederland en daarbuiten
Met een ligging aan zee en een waterrijk landschap is er in Nederland al eeuwen lang grote bedrijvigheid op het water. De haven van Rotterdam begon in de 13e eeuw als dorpje waar goederenoverslag plaatsvond op houten boten. Vanuit de huidige Rotterdamse Haven worden er vandaag de dag dagelijks grote hoeveelheden goederen over Nederlandse wegen vervoerd, vaak met internationale bestemmingen. Het Verdrag van Genève van 1956, het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (Fr: 'Convention relative au Contrat de Transport International de Marchandises par Route', afgekort als 'CMR-Verdrag') regelt (het contracteren over) het internationaal vervoer van goederen over de weg en is voor Nederland van groot belang. Bij de regeling van het nationale wegvervoer in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is dit verdrag ook van invloed geweest₁.

Afbakening
Voor het nationale wegvervoer gaat het om overeenkomsten "van goederenvervoer, al dan niet tijd- of reisbevrachting zijnde, waarbij de ene partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij (de afzender) verbindt door middel van een voertuig zaken uitsluitend over de weg en anders dan over spoorwegen te vervoeren" (art. 8:1090 BW). Het begrip 'zaak' is gedefinieerd als 'de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten' (art. 3:2 BW) waarbij de vatbaarheid bijvoorbeeld ook door verpakking kan zijn verkregen (bijv. water in flesjes). Wettelijke bepalingen voor zaken zijn op dieren van toepassing, maar dieren moeten daarbij met het respect dat bij levende wezens past, worden behandeld (art. 3:2a BW).

De toepasselijkheid van de Algemene Vervoerscondities 2002 (AVC) kan (middels een vrachtbrief) worden overeengekomen. Daarin staan onder meer de verplichtingen van ieder der partijen, bepalingsvoorwaarden, bijzondere risico's en bepalingen voor opslag. Het internationale wegtransport binnen, vanuit en naar Europa valt (ongeacht de inhoud van de vrachtbrief) het CMR-Verdrag (art. 1 CMR). Lijkvervoer, verhuisgoederenvervoer en postvervoer worden buiten de regels voor wegvervoer gehouden (art. 1 lid 4 CMR en art. 8:1092 BW). Er kunnen redenen zijn om ondervervoerovereenkomsten binnen Nederland ook onder de toepasselijkheid van het CMR-Verdrag te brengen. Partijen kunnen onder toepassing daarvan afwijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van Boek 8 BW[2].

Vervoer
Er is onderscheid tussen vervoer (genus) en een speciale vorm (specius) daarvan, bevrachting. Bij vervoer gaat het er vooral om dat de goederen goed van A naar B worden gebracht en bij bevrachting gaat het meer om het voertuig als object. Bevrachting wordt verdeeld in (1) tijd- en reisbevrachting, bevrachting voor het vervoer middels een voertuig met bestuurder (art. 8:1093 BW) (2) 'rompbevrachting' (naar terminologie uit de zee- en binnenvaart), waarbij afstand wordt gedaan van de zeggenschap over het voertuig en het zonder chauffeur ter beschikking wordt gesteld aan een ander. Deze laatste vorm is buiten de nationale regeling gelaten[3]. Als er een bepaalde tijdsduur is overeengekomen, dan is er sprake van tijdbevrachting. Of tijdsduur een esseniale is, is aan het oordeel van de rechter overgelaten[4]. Alle andere gevallen worden aangeduid als 'reisbevrachting'. Op als zodanig gekwalificeerde raamovereenkomsten is Het CMR-Verdrag niet van toepassing. Op de daaruit voortvloeiende vervoersovereenkomsten voor grensoverschrijdende transport in de zin van artikel 1 CMR wel[5].

Hoofdverplichtingen
De hoofdverplichtingen uit de overeenkomst van goederenvervoer zijn bepaald in art. 8:1095 en 8:1096 BW. Hij moet de goederen in ontvangen staat afleveren op de plaats van bestemming, en wel zonder vertraging. Het is een resultaatsverplichting. Het CMR-Verdrag impliceert ook een resultaatsverbintenis, maar die moet worden afgeleid uit de aansprakelijkheidsbepaling van art. 17 lid 1 CMR. De vervoersovereenkomst eindigt bij aflevering[6]. Bij een beroep op de ontheffingsgrond van art. 17 lid 2 CMR c.q. overmacht wordt de mate van zorgvuldigheid van de wegvervoerder beoordeeld[7]. De vervoerder heeft er belang bij zijn risico's contractueel te beperken. Een 'Mobility Package' bestaand uit verordeningen moet bij gaan dragen aan een veilige, efficiënte en sociaal verantwoordelijke wegvervoersector.

Dwingend recht
Art. 40 CMR geeft de vervoerders ruimte om over onderwerpen in art. 37 en 38 (verhaal schadevergoeding, ook bij insolventie) eigen afspraken te maken. Verder zijn van het CMR-Verdrag afwijkende afspraken nietig (art. 41 CMR[8])[9]. Voor het nationale wegvervoer is de plicht van de vervoerder de zaken op de plaats van bestemming af te leveren in de staat waarin hij hen heeft ontvangen (art. 8:1095 BW) dwingendrechtelijk (art. 8:1102 BW). Verder is de mogelijkheid tot maatwerk beoogd[10] en kan in de vrachtbrief (en niet via algemene voorwaarden!) worden afgeweken van wettelijke bepalingen. Artt. 6 CMR-Verdrag en 8:1119 BW geven aan wat er in de vrachtbrief moet staan. Een transportbrief is voor een bijzondere soort vrachtbrief, voor nationaal vervoer geregeld in art. 8:1122 BW. Als op grond van dit artikel geen transportbrief kan worden verlangd, geldt de wet ook als regelend recht.

Kangoeroevervoer
Als de goederen in hun voertuig worden vervoerd per zee- of binnenvaartschip, trein of vliegtuig – het zg. 'kangoeroevervoer' of stapelvervoer – is de hoofdregel dat het CMR-Verdrag van toepassing blijft (art. 2 CMR). Dit is anders als er uitsluitend op het andere traject buiten toedoen van de wegvervoerder[11] schade heeft kunnen ontstaan en zich daar ook verwezenlijkt heeft. Als die vervoerwijze niet onder het CMR-Verdrag valt, geldt tussen de verlader (afzender) en wegvervoerder het daarvoor relevante recht (dus zeerecht, binnenvaartrecht, spoorwegrecht of luchtrecht). Zo worden er dwingendrechtelijke bepalingen van toepassing die aanvankelijke niet op de rechtsverhouding tussen deze partijen zouden gelden. In het nationale recht is het recht van het onderliggende voertuig van toepassing (art. 8:1091 BW).

[1] Bijlage A, Parl. Gesch. 8, p. 1256/7 en voor specifieke bepalingen Bijlage A bij TS I, Parl. Gesch. BW Boek 8, p. 1030/1.
[2] Art. 8:1102 lid 1 BW; HR 26 mei 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AD0808 en HR 5 januari 2002, ECLI:NL:HR:2001:AA9308.
[3] TS III, Parl. Gesch. 8, p. 1098.
[4] TS I en MvT 14049, Parl. Gesch. 8, p. 377/8.
[5] Hof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2988.
[6] HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8464, HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3624. Voor schade die niet voortvloeit uit schending van de plicht uit art. 17 CMR is de wegvervoerder mogelijk aansprakelijk op grond van het toepasselijke nationale recht (HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1333).
[7] HR 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2632, S&S 1998/75 Oegema/Amev, Rb. Rotterdam 25 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3530.
[8] De nietigheid van dergelijke bedingen heeft niet de nietigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst tot gevolg (art. 41 CMR).
[9] De vrachtbrief dient een informatieve en bewijsfunctie (art. 9 CMR, art. 8:1124 BW)
[10] TS II, Parl.Gesch. BW Boek 8, p. 1051/2.
[11] Zie in dit verband HR 14 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2103.

September 2017

Foto: A15 Europaweg, Europoort / Rotterdam, Dintelhavenspoortbrug (architect P. van der Ree)
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.