Blog over de distributieovereenkomst met afbeelding snelweg Kleinpolderplein bij Rotterdam
De distributieovereenkomst
Een onbenoemde overeenkomst
Vanuit ons beginsel van contractsvrijheid hebben we veel ruimte te contracteren over wat we maar willen, met wie en op welk moment. Zo kunnen overeenkomsten allerlei gedaanten aannemen en soms 'onbenoemd' zijn. Een onbenoemde overeenkomst is niet in de wet geregeld. Dit, in tegenstelling tot 'benoemde' (of 'bijzondere') overeenkomsten. De distributieovereenkomst is een onbenoemde overeenkomst, veelal met elementen als een partij (distributeur) die producten van een andere partij (leverancier) koopt om die binnen een bepaalde regio door te verkopen. Er zijn allerlei varianten mogelijk. De overeenkomst wordt in de rechtspraak verder vorm gegeven. Wel moet er rekening gehouden worden met Europese verordeningen en richtlijnen, bijvoorbeeld over mededingingsrecht, productveiligheid en consumentengaranties.

De distributiehandel omvat diensten die onder de Dienstenrichtlijn vallen[1]. Een distributieovereenkomst verplicht tot het leveren van een inspanning (inspanningsverplichting(en)).

Totstandkoming
De distributieovereenkomst is een duurovereenkomst. De overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 lid 1 BW). Voor de totstandkoming van een duurovereenkomst is een expliciet aanbod en aanvaarding niet altijd nodig. Zij zijn bijvoorbeeld bij gelijktijdigheid van verklaringen[2] niet altijd gescheiden, kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen (zie de artikelen 3:33, 3:35, en 3:37 lid 1 BW)[3].

Op grond van art. 6:230c BW hebben dienstverrichters (naar eigen keuze) vier mogelijkheden om aan de informatieplicht over algemene voorwaarden te voldoen:
1. op eigen initiatief verstrekken;
2. voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk maken op de plaats waar de dienst wordt verricht of de overeenkomst wordt gesloten;
3. voor de afnemer gemakkelijk elektronisch toegankelijk maken op een door de dienstverrichter meegedeeld adres;
4. opnemen in alle door de dienstverrichter aan de afnemer verstrekte documenten waarin deze diensten in detail worden beschreven.

Opzegging
Verbintenissen nemen - voortdurend of periodiek - toe naarmate de tijd verstrijkt. Partijen moeten de overeenkomst dus opzeggen om aan de verbintenissen voor de toekomst een einde te maken. Boek 6 BW bevat geen algemene regeling voor opzegging[4]. Bij een onbenoemde duurovereenkomst zoals de distributieovereenkomst leidt het tot onduidelijkheid over het voorhanden zijn van een opzeggingsbevoegdheid, onder welke voorwaarden en welke eventuele andere rechtsgevolgen (dan bevrijding van verbintenissen voor de toekomst) er aan zullen worden verbonden. Bij de beantwoording van dergelijke vragen wordt wel gekeken naar benoemde duurovereenkomsten.

Voor de gevallen waarin partijen de beëindiging van de overeenkomst niet geregeld hebben, geldt het uitgangspunt dat een overeenkomst voor 'onbepaalde tijd' in het algemeen[5] opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid, de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval zijn van belang[6]. Er kunnen bijzonderheden zijn, bijvoorbeeld als er een minimumduur is afgesproken of als de opzegbaarheid onderworpen is aan een voldoende zwaarwegende grond, zoals
- sterke afhankelijkheid van voortzetting van het contract₇;
- flinke investeringen zijdens opgezegde partij om het contract te kunnen uitvoeren, bekend bij de opzeggende partij en nog niet zijn terugverdiend;
- maatschappelijk belang/belangrijke belangen van derden die de op te zeggen partij met het contract dient.
     De opzeggende partij moet een redelijke termijn in acht nemen. Hij kan ook verplicht zijn schade te vergoeden. Bij de beoordeling van de redelijke termijn, worden wederzijdse belangen afgewogen[8]. De redelijkheid en billijkheid speelt een belangrijke rol. Hieruit kan volgen dat bij een distributieovereenkomst het recht om gebruikelijke orders te plaatsen tijdens de opzegtermijn ook geldt indien de nieuwe leveringsverplichting na het einde van de overeenkomst zou gelden; schadebeperking onder ongunstiger voorwaarden zou onredelijk zijn[9]. Ook kan ondanks redelijke duur van de opzegging onder omstandigheden schadevergoeding worden toegekend[10].
     Ook als de distributieovereenkomst wel voorziet in een opzeggingsregeling kunnen uit de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW) nadere eisen voortvloeien[11]. De uitkomst kan dus onzeker zijn.
     Opzegging leidt niet tot ongedaanmakings- of waardevergoedingsverbintenissen ex artt. 6:271 rep. 6:272 BW[12].

Aandachtspunten distributieovereenkomst
Enkele aandachtspunten bij het aangaan van distributieovereenkomsten zijn het feit dat schadegevallen door art. 7:25 BW de hele distributieketen door kunnen wandelen, de vraag hoe te handelen bij recalls en hoe wordt omgegaan met eventuele productvernieuwing/-vervanging.

[1] Overweging 33 van de considerans bij Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt. Hierover: HvJ EU 31 januari 2018, ECLI:EU:C:2018:44.
[2] T.M. op art. 6:217 lid, Parl.Gesch. Boek 6, p. 879.
[3] HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2213.
[4] HR 4 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:426 en HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.
[5] Uitzondering: HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:660 betreffende behoud van een natuurreservaat.
[6] Bijv. HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854, HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163, HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.
[7] HR 3 december 1999, NJ 2000, 120 Latour/De Bruijn. Of dit arrest een dergelijke uitzondering oplevert, wordt betwijfeld: bij opzegging van een al circa 100 jaar durende distributieovereenkomst, werd de eis van zwaarwegende reden gesteld, maar deze leek te zijn ingegeven door opgave van deels onware en deels irrelevante redenen door leverancier die in cassatie stelde dat geen grond voor opzegging vereist is (zie ook HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163).
[8] HR 21 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1706.
[9] HR 29 mei 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2657.
[10] HR 21 juni 1991, NJ 1991, 742, ECLI:NL:HR:1991:ZC0291.
[11] HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR2018:141, r.o. 3.6.3. Aan te voeren door opgezegde partij.
[12] Vgl. HR 4 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:426 en HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.

Maart 2018

Foto:  snelweg A20/A13, Kleinpolderplein bij Rotterdam
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.