Blog over de koopovereenkomst levende dieren met afbeelding labrador pup
Koopovereenkomst levende dieren

Met het respect dat bij levende wezens past

Dieren hebben een eigen positie in het Burgerlijk Wetboek, terug te vinden in artikel 3:2a BW. De bepalingen voor zaken zijn op dieren van toepassing, maar dieren moeten daarbij met het respect dat bij levende wezens past, worden behandeld. Met de gelijkstelling met zaken kan een dier juridisch eigendom zijn of worden overgedragen. Koper en verkoper liggen niet altijd op één lijn over de eigenschappen van het dier, over het al of niet bestaan van een verborgen gebrek of over de geschiktheid voor het gewenste gebruik. De dierenarts moet soms duidelijkheid geven.

Conformiteit en doel
Bij vragen over verborgen gebreken spelen de algemene bepalingen van Boek 3 over vermogensrecht, Boek 6 over verbintenissenrecht een rol en tevens de Koop die als bijzondere overeenkomst in Boek 7 wordt behandeld. Art. 7:17 BW leidt dan altijd tot de kernvraag of de afgeleverde zaak beantwoordt aan de overeenkomst; of die de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten: meestal normaal gebruik, alsmede bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. Die beantwoording wordt aangeduid met 'conformiteit'. Het is daarmee belangrijk dat kenbaar wordt gemaakt voor welk doel het dier wordt aangeschaft. Een koe die gekocht wordt voor de slacht, is bijvoorbeeld non-conform als die (als verborgen gebrek) een pyometra of baarmoederontsteking blijkt te hebben[1]. Bij paarden gaat het vaak om eigenschappen voor (intensief) gebruik als rijpaard, dressuurpaard, springpaard of tuigpaard. Op de verkoper rust een onderzoeksplicht, waarbij ook de erfelijke eigenschappen van het dier kunnen worden onderzocht, en een mededelingsplicht over essentiële eigenschappen van het dier. Een onderzoek of keuring door de dierenarts speelt een belangrijke rol bij de uiteindelijke afweging of een dier geschikt is voor het doel dat de koper voor ogen heeft. Als de sportambities van de koper hoger liggen dan de talenten van het jonge paard wordt er geen non-conformiteit aangenomen[2]. Risico van het vak… Maar verborgen talenten kunnen natuurlijk ook!

Mededelingsplicht/onderzoeksplicht
Van belang is dus duidelijkheid te hebben voor welk doel het dier wordt aangeschaft. Er is een mededelingsplicht (of 'informatieplicht') en een onderzoeksplicht. Hoe zwaar de onderzoeksplicht voor de koper zal zijn, hangt af van de vraag of hij professioneel is en kennis van zaken heeft of niet. Een onprofessionele koper zal zich eventueel door een deskundige moeten laten bijstaan[3]. Bij deze onderzoeksplicht wordt onderscheid gemaakt tussen zichtbare of waarneembare en verborgen gebreken. Zichtbare gebreken had de koper behoren te zien of hij had niet aan de aan- of afwezigheid behoren te twijfelen. Te denken valt aan het gedrag, de algehele conditie, de motoriek of melkbaarheid. De koper moet dus goed opletten en eventueel actief onderzoeken en vragen stellen. De verkoper moet informatie geven over eigenschappen die hem bekend zijn en waarvan het hem duidelijk is dat die voor de koper essentieel of belangrijk zijn, vragen van de koper zo goed mogelijk beantwoorden, kan garanties geven of (behalve jegens consumenten[4]) aansprakelijkheid uitsluiten. De uiteindelijke reikwijdte van de mededelingsplicht en onderzoeksplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Klachtplicht en bewijsvermoeden
Als het gekochte dier niet de eigenschappen heeft die de koper mocht verwachten, dan moet de koper daarover binnen bekwame tijd₅ na de ontdekking daarvan aan de verkoper mededelen (artt. 7:23 lid 1, 6:89 BW). Hoe eerder, hoe beter. Het is raadzaam dit schriftelijk te doen voorzien van een termijn om alsnog correct aan de koopovereenkomst te voldoen, zodat zekerheidshalve aan het formele vereiste van ingebrekestelling is voldaan. Koper en verkoper kunnen naar aanleiding van zo'n non-conformiteit onderzoek doen. Daarbij kan voor de koper de lastige situatie bestaan dat het probleem van het dier moet worden behandeld èn de ingreep onomkeerbare gevolgen kan hebben voor het onderzoek. Een dierenarts doet er goed aan op de hoogte te zijn van de koopperikelen en de koper goed te informeren.
Bij non-conformiteit bij een koopovereenkomst tussen een professionele verkoper en een particuliere koper (consument, B2C) geldt een bewijsvermoeden dat inhoudt dat een gebrek, bijvoorbeeld een blessure, ziekte of gedragsprobleem, welke zich binnen één jaar openbaart, wordt vermoed al ten tijde van het sluiten van de overeenkomst aanwezig te zijn geweest (art. 7:18a lid 2 BW). Voor levende have is geen wettelijke uitzondering gemaakt. De verkoper zit daarmee in de nadelige positie dat hij zo lang na de overeenkomst nog tot schadevergoeding kan worden verplicht. Bij een koopovereenkomst tussen  professionele partijen (handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf) over een levend dier geldt dit bewijsvermoeden niet.

Remedies en respect
Als is vastgesteld dat het dier niet aan de overeenkomst voldoet, dan kan de koper binnen redelijke tijd kenbaar maken of hij vervanging of herstel van het dier wil (art. 7:21 lid 1 BW). Ontbinding van de overeenkomst (art. 6:265, 7:22 lid 1 sub a BW) of prijsvermindering (art. 7:22 lid 1 sub b BW) zijn ook denkbaar. Als er toerekenbaarheid is zijdens verkoper kan er ook een recht op schadevergoeding bestaan (art. 6:74 lid 1 BW), bijvoorbeeld voor behandeling door de dierenarts of bedrijfsschade. In een oudere zaak over een hondje waarbij enige tijd na de aankoop uit een nestje bij een particulier heupdysplasie (HD) werd vastgesteld, werd geoordeeld dat dit gebrek niet aan de verkoper kon worden toegerekend en dat er sprake was van overmacht. Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan volgen dat de verkoper de kans moet hebben de overeenkomst ongedaan te maken (terugname van de hond). Als geen soortgelijke hond kan worden geleverd, dan kan een operatie een optie zijn, maar dit moet nog in verhouding staan tot de koopsom[6]. Bij professionele fok of als de verkoper garanties geeft, zal de uitkomst vaak anders zijn. In alle oplossingen verdient het dier het respect dat bij levende wezens past.

[1] HR 27 juni 1941, ECLI:NL:HR:1941:24.
[2] Geen non-conformiteit en geen dwaling omdat het om een onzekere omstandigheid ging (Rb. Zutphen 20 februari 2008, ECLI:NL:RBZUT:2008:BC4759).
[3] HR 15 november 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC4399.
[4] Art. 7:25 BW.
[5] Bij een consumentenkoop wordt een termijn van twee maanden nog als tijdig beschouwd.
[6] HR 9 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2541.

Mei 2022
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.