Blog over overeenkomst van bewaarneming met afbeelding Havengebied Rotterdam Oostvoorne

De overeenkomst van bewaarneming (opslag / pension)

En hetverschil met vervoersactiviteiten
Het havengebied van Rotterdam is van groot belang voor internationale distributie, vervoer, overslag en opslag van goederen en daarmee ook een juridisch knooppunt. Soms is het een dier dat de reis ondergaat.

Bij overslag gaat het om een handeling in het vervoersproces tussen twee partijen om goederen van en naar een transportmiddel over te brengen, denk bijvoorbeeld aan (be)laden, lossen of overladen. De opslag van goederen ('zaken') of het in pension nemen van dieren vindt plaats onder een overeenkomst van bewaarneming (art. 7:600-609 BW), gedefinieerd als "de overeenkomst waarbij de ene partij, de bewaarnemer, zich tegenover de andere partij, de bewaargever, verbindt, een zaak die de bewaargever hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven" (art. 7:600 BW). Dat toevertrouwen vindt primair plaats in het belang van de bewaargever[1]. De hoofdverplichting bij een dergelijke overeenkomst is zowel het bewaren als het teruggeven van individueel diezelfde zaak die aan de bewaarnemer is toevertrouwd. Het begrip 'zaak' is gedefinieerd als 'de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten' (art. 3:2 BW) waarbij de vatbaarheid bijvoorbeeld ook door verpakking kan zijn verkregen (bijv. water in flesjes). Wettelijke bepalingen voor zaken zijn op dieren van toepassing, maar dieren moeten daarbij met het respect dat bij levende wezens past, worden behandeld (art. 3:2a BW).

Wettelijke verplichtingen en aansprakelijkheid
Er is een aantal verplichtingen van zowel de bewaargever als de bewaarnemer in de wet geregeld. Zo dient de bewaargever op grond van art. 7:601 lid 1 BW aan een bewaarnemer in professionele hoedanigheid loon (zg. 'bewaarloon') te betalen, ook als daarover niets is overeengekomen.
Zaken die in bewaarneming zijn gegeven kunnen ook schade veroorzaken bij de bewaarnemer. In dat geval is de bewaargever aansprakelijk voor schade veroorzaakt door de in bewaring gegeven zaak bij de bewaarnemer (art. 7:601 lid 3 BW); causaal verband tussen de schade en de aanwezigheid van de bewaarde zaak is daarvoor voldoende. De verplichting tot schadevergoeding kan worden verminderd of vervallen indien er sprake is van eigen schuld (art. 6:101 BW) van de bewaarnemer. Of hiervan sprake is, hangt af van alle feiten en omstandigheden van het specifieke geval[2].
Indien de bewaarnemer niet-professioneel bewaart, wordt verondersteld dat loonbetaling niet was bedoeld[3]. Bij een lager bewaarloon kunnen doorgaans ook minder hoge veiligheidsmaatregelen worden verwacht.

Art. 7:602 BW bepaalt dat de bewaarnemer bij de bewaring 'de zorg van een goed bewaarnemer' in acht moet nemen. De mate van zorg is mede afhankelijk van de aard van de zaak en de professionele hoedanigheid van de bewaarnemer. Te denken valt aan bewaarcondities zoals koeling of goede verzorging van planten of dieren. Bij schending van deze zorgplicht is hij in beginsel aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade. De bewaarnemer mag de zaak in beginsel niet zelf gebruiken tijdens het bewaren, tenzij daarvoor toestemming is gegeven of het gebruik nodig is voor de goede staat van de zaak (art. 7:603 lid 1 BW), bijvoorbeeld het in conditie houden van een rijpaard[4].

In art. 7:605 lid 4 BW is bepaald dat de bewaarnemer gehouden is 'de zaak terug te geven in de staat waarin hij haar heeft ontvangen, hetgeen regelmatig als resultaatsverplichting wordt opgevat. Als de bewaarnemer aan de zorgplicht heeft voldaan, zal tekortkoming in de nakoming van deze teruggaveplicht niet snel toerekenbaar zijn[5]. In de rechtspraak wordt veelal ook naar zorgplicht en niet naar resultaatsverplichting geoordeeld[6].

Bewaarneming kan tegen afgifte van een ceel waarbij ook overdracht van de zaak door overgave van de ceel kan plaatsvinden (art. 7:607 BW).

Opslag / pension of vervoer?
Onduidelijkheid kan ontstaan als een onderneming zaken tijdens het vervoer onder zich heeft ter uitvoering van de vervoersovereenkomst, bijvoorbeeld voor scannen en sorteren. Er is dan nog geen sprake van opslag onder een overeenkomst van bewaarneming[6] (of pension, als het om dieren gaat[8]). Het onderscheid tussen vervoersactiviteiten of opslag is niet altijd eenvoudig vast te stellen, maar wel relevant voor de aansprakelijkheidsvraag bij incidenten zoals brand of diefstal. In de rechtspraak wordt kortdurende opslag bij de uitvoering van de vervoerovereenkomst al snel in de vervoerovereenkomst opgenomen[9], ook als het incident tijdens die opslag plaatsvond of ontstond. Bij wegvervoer is het CMR-Verdrag van belang, ook voor de beoordeling van de aansprakelijkheidsvraag. De vervoerder vindt daarmee bescherming uit oogpunt van aanvaardbaar evenwicht[10], die er in geval van kwalificatie als bewaarneming niet is.

Bewaarnemingsovereenkomst
In een overeenkomst van bewaarneming of bewaarnemingsovereenkomst kunnen onderwerpen worden opgenomen zoals een specificatie van de zaak die in bewaring wordt gegeven/genomen, het bewaarloon, de aansprakelijkheid (en verzekeringen) van partijen en de maatregelen die de bewaarnemer treft om de in bewaring gegeven zaak te beschermen.

[1] HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1830; samenloop (art. 6:215 BW) is mogelijk, bijvoorbeeld met bruikleen (art. 7A:1781 BW).
[2] HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719.
[3] TM, Parl. Gesch. InvW 7, p. 394.
[4] TM, Parl. Gesch. InvW 7, p. 397.
[5] Tenzij  de behoorlijke nakoming van de teruggaveplicht onmogelijk is geworden gedurende het verzuim van de bewaarnemer (art. 6:84 BW; TM bij art. 7.6.8. over bruikleen, in Parl. Gesch. InvW 7, p. 401 sub a).
[6] Bijv. Rb. Dordrecht 16 november 2011, ECLI:NL:RBDOR:2011:BU4650, r.o. 5.32.
[7] Hof Amsterdam 3 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2933.
[8] De haven van Rotterdam heeft een keurpunt levende have, het Animal Centre Hoek van Holland (ACH) waar veterinaire keuring plaatsvindt.
[9] Rb. Rotterdam 3 mei 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AX9359, Rb. Rotterdam 22 oktober 1993, S&S 1997/19, Rb. Rotterdam 29 februari 1996, S&S 1997/48,  Hof Den Bosch 2 november 2004, S&S 2006/117.
[10] HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:729, r.o. 3.5.1.

Foto: Westland, Nieuwe Waterweg, Maeslantkering/Europoortkering, Havengebied Rotterdam/Europoort, Brielse Maas, Oostvoorne/Kruiningergors.

Juni 2022
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.