Artikelen en blog
De rechtsstaat in Nederland
"To be, or not to be...?"
Mensen hebben elkaar nodig. De overheid is er voor de burger en de samenleving, om het doen en laten daarbinnen op elkaar af te stemmen en het maatschappelijk functioneren te bevorderen (sturing)₁. Zij moet het algemeen belang₂ dienen, met de bevoegdheden die zij daarvoor toegekend heeft gekregen en op een verantwoorde wijze omgaan met macht. Met het constitutionele recht moet (mede) worden voorkomen dat één persoon of ambt de vrije hand in staatsmacht krijgt. Dit, ter onderscheid van het absolutisme of de dictatuur. Het concept van de rechtsstaat impliceert dat de machtsuitoefening aan banden wordt gelegd door het recht₃. Het recht beweegt tussen macht – het vermogen impact te maken met het handelen – en moraal₄, opvattingen over goed en kwaad van menselijk handelen. De moraal moet in de tijdgeest en naar plaats worden bezien₅. De moraal dient het groepsbelang (samenleven). De moraal vinden we terug in rechtsbeginselen.
Tot de basiselementen van de rechtsstaat behoren:
1. Het legaliteitsbeginsel
Dit beginsel betreft de wetmatigheid van bestuur en houdt in dat alle overheidsoptreden dient te zijn gebaseerd op en in overeenstemming moet zijn met een algemene₆ regel₇, die kenbaar en voldoende specifiek is. De algemene regel moet naar attributie (rechtstreekse toekenning van de bevoegdheid) of via delegatie (overdracht van bevoegdheid₈) zijn vastgesteld. De algemene regels dienen – mits van goede kwaliteit – de rechtszekerheid en het voorkomen van willekeur, ongelijkheid en oneigenlijk gebruik van overheidsmacht. Dit beginsel impliceert dat de overheid ook naar inhoud en procedure conform die algemene regel moet handelen₉. Het specialiteitsbeginsel houdt in dat een overheidsbevoegdheid specifiek omschreven wordt en wordt toegekend voor realisering van een specifiek doel (doelgebondenheid). Het gaat daarbij om de behartiging van het algemeen belang₁₀. Als oneigenlijke/onzuivere doelen worden nagestreefd (détournement de pouvoir), begeeft men zich op het autoritaire of totalitaire pad₁₁.
Met de rechterlijke toetsing moet onder meer worden toegezien dat die wetten worden nageleefd, dat er geen sprake is van willekeur, dat de overheid zich in haar handelen aan de wet houdt en dat burgers rechtsbescherming krijgen₁₂. Maar dat gaat niet altijd goed, bijvoorbeeld waar een wettelijk toegekend instrument wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die is bedoeld, met de risico’s van onterecht negatieve risicoprofilering en toenemende autonomie van AI₁₃ of waar (onrechtmatigheden en willekeur in) de uitvoering van een gebonden bevoegdheid averechts is met het doel van de betreffende wet₁₄. Waar de wetgever heeft beoogd dat bijstandsgerechtigde, eigen mogelijkheden c.q. kansen benutten en die kansen in ondernemerschap liggen, worden die tegengewerkt door bestuursorgaan en rechter, kennelijk om een eerdere construering van een besluit tot niet-levensvatbaarheid kracht bij te zetten₁₅. Soms wordt het machtsmisbruik of de vorming van een oppermacht iets te gemakkelijk gemaakt.
2. Vooraf geldende algemene regel
De regel waarop de overheid haar handelen baseert, moet (1) algemeen zijn en aan het overheidsoptreden (2) vooraf zijn gegaan. Het vereiste van algemeenheid impliceert dat de regel abstract en voor herhaalde toepassing vatbaar is₁₆. Dat de (kwalitatief goede) regel voorafgaand aan het overheidsoptreden is bepaald, dient de rechtszekerheid; als burger weet je van te voren waar je aan toe bent. Dit uitgangspunt zien we bijvoorbeeld in artt. 16 Gw en 1 WvSr (‘geen straf zonder wet’). Ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens hanteert de eis van voorzienbaarheid (‘foreseeability’), gerelateerd aan het aspect van quality of the law, om te bezien of een rechtsinbreuk in een rechtsstaat gepast is₁₇. Terugwerkende kracht van voor burgers belastende regels is slechts bij zwaarwegende belangen of bijzondere omstandigheden mogelijk.
3. De Trias politica
Naar de methode van Montesquieu wordt de overheidsmacht gescheiden, dat wil zeggen dat het ambt dat de regel waarop het overheidshandelen is gebaseerd, vaststelt niet hetzelfde ambt is dat de regel uitvoert. Zo wordt voorkomen dat de uitvoerende ambten naar eigen inzicht regels op basis waarvan zij handelen, wijzigen. Van de wetgevende en de uitvoerende macht is ook de rechtsprekende macht gescheiden. Geschreven en ongeschreven regels moeten de Trias in model houden en (samen met andere controlemechanismen en bevoegdheidsverdelingen) de vorming van een oppermacht beteugelen. In Nederland hebben we (vooral in de relatie bestuur/volksvertegenwoordiging) geen zuivere Trias, omdat de regering en het parlement samenwerken in wetgevingsprocedures (art. 81 Gw). De regering kan ook alleen – met ondertekening door de Koning – regels vaststellen, althans nadere uitwerking aan een wet geven (art. 89 Gw). Ook ministers kunnen soms regels maken.
Verder ligt de macht niet alleen bij de centrale overheid maar ook bij decentrale of lagere overheden. Zij kunnen ter in vervolg op een wet verordeningen vaststellen (art. 143 Prov, 147 Gemw). Van feitelijke invloed zijn verder ambtenaren, media, adviseurs en softwareontwikkelaars.
In hoeverre de vorming van een oppermacht inderdaad wordt voorkomen, is afhankelijk van de mate waarin conform de verantwoording wordt gefunctioneerd. Taakverwaarlozing in toezicht en controle gaat ten koste van de checks and balances₁₉ en willekeur vergroot indirect één van de machten ten koste van de Trias. Waar de rechter zich geheel verlaat op het oordeel van een afdeling Ondersteuning ondernemers Zelfstandigen van een gemeente₂₀ en juiste rechtstoepassing achterwege blijft₂₁, wordt de Trias simpelweg platgeslagen.
4. Democratie
De vrijheid van individuen en de samenleving ten opzichte van de overheid en het primaat van het recht zijn fundamenteel bij de invulling van het democratisch aspect binnen de rechtstaat. In dit verband zijn verkiezingen, openbaarheid van bestuur en bepaalde grondrechten van belang.
In een democratie kunnen burgers met hun betrokkenheid, oplettendheid en participatie invloed uitoefenen op de mate van (hun) vrijheid en het functioneren van de rechtsorde. Totalitaire trekjes kunnen in campagnetijd al merkbaar zijn. Via gekozen volksvertegenwoordiging spreken burgers zich uit welke algemene belangen de overheid dient te behartigen en welke specifiek te beschrijven bevoegdheden en rechten het bestuur krijgt om specifieke doelen te verwezenlijken. Zo is overheidsmacht (met macht en tegenmacht, checks and balances) direct of indirecte te herleiden tot de wil van het volk en daarom gerechtvaardigd, of ‘democratisch gelegitimeerd’. Het is essentieel dat er tegenwicht is en dat de machtsbezetting altijd tijdelijk is₂₂. Een meerpartijensysteem voorkomt een machtsconcentratie, zoals die met één partij in een totalitaire staat wordt gezien. Volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen de gehele bevolking, dus niet alleen degenen door wie zij zijn gekozen. Art. 1:2 lid 2 Awb spreekt van ‘toevertrouwde belangen’.
De democratische besluitvorming wordt gediend door openbaarheid₂₄. Censuur en ondoorgrondelijkheid passen daar niet in. De politieke controle (met de juiste expertise, aan de hand van de juiste vragen), sturing en
daadkrachtige bijsturing (middels moties van treurnis, afkeuring of wantrouwen) zijn nodig om bestuurlijke ontsporing te voorkomen. Functionarissen moeten hun handelen kunnen uitleggen; kritisch (door)vragen is noodzakelijk in een democratie. Gebreken in de uitleg₂₅ kunnen duiden op andere gebreken, bijvoorbeeld onzorgvuldigheid, onvoldoende feitenkennis, oneigenlijk gebruik van rechtsgronden of bevoegdheden (bijv. voor persoonlijke status) of willekeur.
De vrijheid van meningsuiting (ar. 7 Gw) omvat het politiek grondrecht van persvrijheid, zodat politieke opvattingen, kritiek op de overheid en het openbaar bestuur de ruimte krijgen en misstanden aan het licht kunnen komen. Het is van belang dat volksvertegenwoordiging, media en burgers adequaat reageren op pogingen de tegenmacht aan de kant te zetten.
5. Rechtspraak door een onafhankelijke en onpartijdige rechter
Onafhankelijkheid van de rechter impliceert dat die zijn uitspraak kan baseren op zijn eigen, vrije oordeel over feiten en rechtsgronden en daarbij niet gebonden is ten opzichte van partijen en het overheidsapparaat en ook dat de gerechtelijke uitspraak slechts door een andere op dezelfde wijze onafhankelijke instantie kan worden gewijzigd. Vanuit de rechtsstaatsgedachte is de onafhankelijkheid vooral van belang bij de relatie tussen burger en overheid. De rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid moeten mede door de gedragscodes gewaarborgd₂₈, maar het komt aan op de intrinsieke motivatie van een rechter die na te leven. Goede rechterlijke controle op overheidshandelen bevordert ook de kwaliteit daarvan, als volgt verwoord door A-G De Bock bij de Hoge Raad: “Als de rechter in een individueel geval stuit op onbillijkheden, op een schending van algemene rechtsbeginselen, behoort het tot de rechterlijke taak het bestuursorgaan bij te sturen of te corrigeren. Soms kan het bestuursorgaan wellicht volstaan met het intrekken of bijstellen van een individueel besluit. Maar als de rechter herhaaldelijk de uitkeringsinstantie corrigeert in vergelijkbare zaken met vergelijkbare aspecten, zal dat reden zijn voor de uitkeringsinstantie om de beleidsregels aan te passen. Dat was ook de gedachte van de Awb-wetgever (…). Deze rechterlijke correctie is nodig om het bestuursorgaan scherp te houden op zijn eigen taakvervulling. De dynamiek tussen bestuursorgaan en rechter is nodig voor het goed functioneren van de rechtsstaat. (…) De veronderstelling die bij rechters soms leeft dat zo’n correctie zoveel mogelijk vermeden moet worden omdat het bestuursorgaan daarmee in de problemen wordt gebracht (qua uitvoering, kosten of anderszins), is lang niet altijd juist. (…) [H]et is niet de taak van de rechter om te voorkomen dat een bestuursorgaan in de problemen wordt gebracht. Het is de taak van de rechter om rechtsbescherming te bieden aan rechtszoekenden, en te voorkomen dat deze rechtszoekenden (op onevenredige wijze) in de problemen komen. Voor een goede vervulling van die taak moet de rechter tegenwicht bieden aan het bestuursorgaan, en niet voorsorteren op veronderstelde uitvoeringsproblemen.”₂₉
Ethiek en integriteit zijn intrinsieke aspecten van de juridische beroepsuitoefening, dus ook van die van de rechter. Maar het signaal van een advocaat betreffende totalitair overheidshandelen werd niet op gepaste wijze ontvangen en gewetensvol overdacht₃₀. De verantwoordelijkheid en waarborgen op papier blijken onvoldoende om problemen zoals de hantering van fictie in rechterlijke uitspraken en/of een voeren van verweer tegen de burger₃₁ te voorkomen. Niet zelden worden doorslaggevende aspecten – waar specifiek en uitdrukkelijk op in moet worden gegaan₃₂ – genegeerd. Opname van informatie uit een andere procedure in de bijlagen bij een processtuk, kon op sympathie in plaats van op een kritische strafrechtelijke en privacyrechtelijk blik van de rechter rekenen₃₃. En het kan gebeuren dat de rechter het vereiste van effectief rechtsmiddel uit art. 13 EVRM op het bestuursorgaan projecteert₃₄.
6. Klassieke grondrechten of vrijheidsrechten
Met klassieke grondrechten of vrijheidsrechten worden bepaalde privésferen beschermd tegen overheidsbemoeienis om een totalitaire staat te voorkomen. Naar het formeel criterium gaat het om ‘rechten’ vervat in hoofdstuk 1 van de Grondwet en in verdragen die zijn toegesneden op mensen- of grondrechten, zoals het EVRM en het IVBPR. Het EVRM wordt beschouwd als antwoord op de Tweede Wereldoorlog, inclusief holocaust, en de langere strijd om persoonlijke autonomie, inherent aan de waardigheid van mensen en gelijkheid van mannen en vrouwen₃₅. “De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd”, zo luidt art. 1 Handvest EU. Het bevat de basis voor alle grondrechten. Inhoudelijk betreft het de rechten die fundamenteel zijn voor de persoonlijke vrijheid van de mens, voor de handhaving van de menselijke autonomie.
Publieke instellingen dienen hun regelgeving en bestuurspraktijk binnen de grenzen van dergelijke regelgeving vorm te geven, zich actief in te zetten om die uit te voeren, na te leven en te handhaven. Dat is – behalve voor juristen – ook een aandachtspunt voor bestuurskundigen, in wiens kringen wel wordt gesproken over de ‘legitimiteit van beleid’₃₆. De bepalingen van verdragen zoals het EVRM – en bijbehorende jurisprudentie – werken via art. 93 en 94 Gw direct door in de Nederlandse rechtsorde. De Grondwet wordt verzekerd in de eed/-belofte van functionarissen en ambtenaren. Zonder effectuering van (grond)rechten mist de rechtsorde zijn betekenis. Uit oogpunt van eerlijk proces (art. 47 Handvest EU/6 EVRM/17 Gw) mag worden verwacht dat er eerlijk met je bewijs wordt omgegaan₃₇, maar met subjectiviteit, biases en willekeur in de bewijswaardering wordt de burger regelmatig uitgeschakeld in plaats van hem rechtgedaan₃₈, zodat indirect de macht van het bestuursorgaan vergroot wordt. Mensonwaardigheid, machtsmisbruik en de vorming van een oppermacht zijn weer niet al te moeilijk.
Integriteit
Behalve rechtsregels en moraal, is integriteit van belang₄₁ om de rechtsstaat te laten functioneren. Het begrip 'integriteit' kan beperkt worden opgevat als het ontbreken van corruptie of fraude of ruim als goed overheidshandelen. Er wordt dan wel een onderscheid gehanteerd tussen de harde aspecten van van integriteit (het wettelijk kader) en de zachte aspecten van integriteit (gedrag, fatsoen, respect)₄₂.
Een integere overheid is in haar functioneren eerlijk en betrouwbaar, behandelt de burgers correct, bejegent hen respectvol en neemt een voorbeeldrol in fatsoen₄₃. Voor de waarborg van integriteit van functionarissen en ambtenaren zijn – naast geschikte persoonlijkheden en organisatiecultuur₄₄ – gedragscodes₄₅ van belang. De cultuur betreft een collectieve identiteit, onder meer te vinden in het gedrag van mensen. Die laat zich slechts beperkt sturen₄₆. Een goede basis kan worden gevormd door het werven en selecteren van van nature integere mensen die de mentaliteit en het vermogen hebben de rechtsstatelijke waarden₄₇ te dragen (kijk eens aan de introverte kant van het spectrum). Iemand met weinig integriteit is eerder geneigd zich manipulatief, onrechtvaardig, hebzuchtig, arrogant en leugenachtig te gedragen₄₈. Onzorgvuldigheid, ongevoeligheid voor anderen, een materialistische instelling en behoefte aan uiterlijk vertoon, pesten en intimideren, sensatie zoeken en meeloopgedrag worden als risico gezien₄₉. Hoe minder kritische vragen en tegengeluid een bepaalde macht krijgt of verdraagt, hoe meer terrein die wint. Van ambtenaren wordt naast ambtelijke loyaliteit ook een kritische houding verwacht, ze moeten zelf blijven nadenken₅₀, hun opdrachtgever vragen stellen over diens macht, beleid en sociale omgang en hun taken en verantwoordelijkheden gewetensvol invullen. Dat beperkt ook de invloed van ideologische propaganda en indoctrinatie. Grote loyaliteit kan tot grote misstanden leiden₅₁. Een organisatie waarin integriteit de ruimte krijgt wordt gekenmerkt door veiligheid, openheid, alertheid, constructief meedenken, aanspreekbaarheid, vertrouwen, wederzijds begrip en respect₅₂.
Om te waken voor de integriteit van de overheid en haar organen en bovendien bij te dragen aan een goede taakuitoefening van de Officier van Justitie is in art. 162 Sv een aangifteplicht opgenomen.
Het functioneren van de democratische rechtsstaat heeft continue aandacht nodig. Als die verslapt, wint het totalitarisme terrein en ontstaat een voedingsbodem voor dictatuur.
₁ M.A.P. Bovens e.a., Openbaar bestuur, beleid, organisatie en politiek, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2001, p. 71.
₂ Inhoudelijk vormgegeven door volksvertegenwoordigers. Bij de democratie gaat het erom dat allen gezamenlijk in vrijheid gestalte geven aan de inrichting van de samenleving (P.J. Boon e.a., Regelgeving in Nederland’, Deventer: Kluwer 2005, p. 2).
₃ P.J. Boon e.a., Regelgeving in Nederland’, Deventer: Kluwer 2005, p. 2.
₄ Over de wisselwerking tussen recht, macht en moraal: H.S. Taekema e.a., Recht in context; een inleiding tot de rechtswetenschap, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2015, p. 140.
₅ H.S. Taekema e.a., Recht in context; een inleiding tot de rechtswetenschap, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2015, p. 112.
₆ Algemeenheid naar plaats, tijd, toepasbaarheid, persoon (P.J. Boon e.a., Regelgeving in Nederland’, Deventer: Kluwer 2005, p. 9-11).
₇ O.a. P.J. Boon e.a., Regelgeving in Nederland’, Deventer: Kluwer 2005, p. 4, C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, Deventer: Kluwer 2005, p. 52, 329 e.v.
₈ Het orgaan dat de bevoegdheid krijgt overgedragen gaat die onder eigen verantwoording en in eigen naam uitoefenen. De overdracht is blijvend.
₉ C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, Deventer: Kluwer 2005, p. 52. 1. Nieuwe bepalingen met betrekking tot gemeenten (Gemeentewet), Kamerstukken II 19403, 3, p. 160-161.
₁₀ Inhoudelijk vormgegeven door volksvertegenwoordigers. Bij de democratie gaat het erom dat allen gezamenlijk in vrijheid gestalte geven aan de inrichting van de samenleving (P.J. Boon e.a., Regelgeving in Nederland’, Deventer: Kluwer 2005, p. 2).
₁₁ Vergelijk: HR 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:733.
₁₂ NVvR-Rechterscode 2011, p. 1 < https://nvvr.org/uploads/documenten/nvvr-rechterscode.pdf >
₁₃ Rb. Amsterdam 9 november 2022, AMS 22/2653, CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2458. De Hoge Raad verzuimt kennisgeving daarover d.d. 12 mei 2025 in behandeling te nemen. Over het gebruik van algoritmes in een rechtsstaat ook Afdeling Advies van de Raad van State, Kamerstukken II 2017/18, 26643, 557 en M. Becker, Ethiek voor juristen, Amsterdam: Boom uitgevers 2021, Hoofdstuk 6 (‘Digitalisering in het recht’).
₁₄ Bijvoorbeeld waar de wetgever heeft beoogd middels zelfstandigenaftrek het ondernemerschap te bevorderen, afstemming van belasting op de functies van winstinkomen (Kamerstukken II 2011/12, 33003, 3, p. 20. Ook Kamerstukken II 1982/83, 17 943, 1-3, p. 5, V-N 2011/542, p. 46) en stimulering van doorgroei (Kamerstukken II 2011/12, 330033, 3 p. 19, V-N 2011/542, p. 46) maar die niet wordt uitgevoerd: Rb. Noord-Holland 28 februari 2023, 21/5190, Hof Amsterdam 14 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3572, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1903 en Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905.
₁₅ Kamerstukken II 2013/14, 33 801, 3, p. 1; Rb. Amsterdam 28 mei 2021, 20/1268, Rb. Amsterdam 28 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2127, CRvB 23 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2922, CRvB 23 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2923, CRvB 24 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:732, CRvB 18 juni 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1250, CRvB 18 juni 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1233, CRvB 28 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:831.
₁₆ Algemeenheid naar plaats, tijd, toepasbaarheid, persoon (P.J. Boon e.a., Regelgeving in Nederland’, Deventer: Kluwer 2005, p. 9-11).
₁₇ Bijv. EHRM 2 augustus 1984, ECLI:CE:ECHR:1984:0802JUD000869179, par. 67-68 betreffende het recht op privéleven (art. 8 EVRM, hier specifiek lid 2) Verder vereist voorzienbaarheid bij wet in de zin van accessibility en eventuele waarborgen tegen misbruik (afbakening bevoegdheid en controle op uitoefening). legitiem doel en noodzakelijkheid in een democratische samenleving, op aspecten van (1) proportionaliteit (aanvaardbare belangenafweging probleem/maatregel), (2) subsidiariteit (geen minder vergaande maatregel mogelijk) (3) geschiktheid (maatregel dient daadwerkelijk beoogde doel).
₁₉ Zo onderneemt Inspectie Leefomgeving en Transport/Autoriteit woningcorporaties (Aw) geen actie tegen oneigenlijk gebruik van het woonruimteverdeelsysteem door een woningcorporatie en aspecten van dwingend huurrecht en mensenrechten (210812-000102/M-2021-0410394/M-2021-0415273) en is de Provincie Zuid-Holland zelfs niet naar haar wettelijke taken ingericht waar het een rijksmonument, belangen van derden (art. 193 sub a Gemw, Kamerstukken II 1985/86, 19403, 3, p. 160-161), uitgaven i.v.m. o.a. mensenrechtelijke verdragen (égalitébeginsel, art. 1 EP EVRM relevant voor begroting (via artt. 93 en 94 Gw jo. 187 Gemw), het al dan niet onthouden van goedkeuring (art. 206 Gemw) en taakverwaarlozing door gemeente ex art. 124 Gemw betreft (PZH-CC-2603 0172)
₂₀ CRVB 8 mei 2012, ECLI:CRVB:2012:BW5347, CRVB 28 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2882 en CRVB 7 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1253.
₂₁ Bijvoorbeeld door een gevestigd zelfstandige aan wie zonder onderzoek bijstand kon worden verleend voor 12 maanden (Stb. 1995, 203, p. 22), of hooguit naar voorgaande jaren moest worden beoordeeld (Stb. 1995, 203, p. 24), te onderwerpen aan een anders soortige constructie waarmee onder bijstandsbetaling werd uitgekomen (Rb Amsterdam (Vzr) 14 augustus 2019, AMS 3780 BBZ en AMS 19 / 3779 BBZ, CRVB 7 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1253, CRvB 8 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1010, CRvB 12 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:1)
₂₂ Hierover: D. Loose, De lege plaats van de macht. Claude Lefort over democratie & de totalitaire verleiding. Boom, 2024; tevens fragment uit interview met filosoof T. Beeckman “Als mensen te lang aan de macht zijn – en dat is eigen aan de macht – nemen slechte gewoontes zoals nonchalance en verleiding voor corruptie toe. Daarom is het ongezond als mensen te lang aan de macht zijn. Machtswissels zijn noodzakelijk om mensen met andere inzichten, talenten en ervaringen aan bod te laten." < https://www.human.nl/artikelen/in-crisistijd-ligt-ontsporing-van-macht-op-de-loer >
₂₄ Y.M. Visscher, Praktisch staatsrecht, Groningen/Utrecht: Noordhoff Uitgevers 2019, p. 161. Zo ook ter controle, voorkoming van integriteitsrisico’s, verbetering van doelmatigheid en bevordering van het lerend vermogen.
₂₈ Bij de gedragscodes gaat het om (gezaghebbend) soft law, die een belangrijke aanvullende bron vormt met het oog op het waarborgen van (onder meer) de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid. (HR 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:820 refererend naar M.L. van Emmerik, J.P. Loof & Y.E. Schuurmans, Systeemwaarborgen voor de kernwaarden van de rechtspraak 2014, Den Haag: SDU Uitgevers, nrs. 2.2.2.5 en 2.4. In gelijke zin: C.P.M. Cleiren, De neutrale strafrechter. Instrumenten en waarborgen voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid, Den Haag: Boom Juridisch 2012, p. 37 e.v.).
₂₉ CRvB 10 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2086, r.o. 8.19-8.20.
₃₀ Rb. Rotterdam 8 juni 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY5188.
₃₁ Bijv. een betoog over terugvordering van een niet-bestaand èn niet aangevoerd voorschot (Rb. Amsterdam 9 november 2022, AMS 22/2653, CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2458. De Hoge Raad verzuimt kennisgeving daarover d.d. 12 mei 2025 in behandeling te nemen), de fictie van toegankelijkheid van de rechter bij beroep op betalingsonmacht in de wetenschap dat hun denkkader (bijstandsnorm, referentieperiode) ongeschikt is voor de beoordeling van ondernemersinkomens (Rb. Amsterdam 8 september 2022, 21/2956, r.o. 4.3, CRvB 28 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:831. De Raad van State laat het gebeuren RvS 5 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:443 respectievelijk de verweren in Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, § 20, 39, in stand gelaten in Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041en HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905. De Hoge Raad (PG) vervormt rechterlijk gedrag – te toetsen aan gedragsnormen – naar rechterlijke uitspraak PG-B/2025/375/UIT-PG-Z/2025/14208/GvW, PG-B/2025/375/UIT-PG-Z/2025/14456/GvW.
₃₂ EHRM 9 december 1994, 18390/91 (Ruiz Torija/Spanje), EHRM 9 december 1994, 18064/91 (Hiro Balani/Spanje) met de belangrijkste argumenten (EHRM 24 mei 2005, 61302/00 (Buzescu/Roemenië); EHRM 7 maart 2006, 74644/01 Donadze/Georgië) of specifieke, relevante en belangrijke punten EHRM 14 januari 2021, 11161/08 (Mont Blanc Trading LTD & Antares Titanium Tading LTD/Oekraïne) en toetsing van EVRM-rechten EHRM 7 februari 2013, 16574/08 (Fabris/Frankrijk), EHRM 28 juni 2007, 76240/01 (Wagner & J.M.W.L./Luxemburg)
₃₃‘Wel nuttig’, waarna de rechter de noodzaak van een correcte jaaropgave nog gebruikt om de burger wantrouwen toe te schrijven (proces-verbaal p. 8) en in de uitspraak de handeling negeert en de informatie als noodzakelijk en doelmatig kwalificeert (§ 9) (Rb. Amsterdam 9 november 2022, AMS 22/2653, CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2458. De Hoge Raad verzuimt kennisgeving daarover d.d. 12 mei 2025 in behandeling te nemen).
₃₄ Na ter zitting al weinig ruimte/aandacht te hebben gehad voor de ondernemer en diens standpunten, viel in de uitspraak te lezen: “10. Op de zitting heeft eiseres naar voren gebracht dat ook sprake is van schending van artikel 13 van het EVRM. Los van het feit dat eiseres dit pas op de zitting naar voren heeft gebracht en dit in strijd is met de goede procesorde, volgt de rechtbank eiseres niet. Nu eiseres in zowel bezwaar als beroep heeft kunnen opkomen tegen de besluitvorming van verweerder, ziet de rechtbank niet in dat eiseres geen recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel heeft (gehad). De beroepsgrond slaagt niet.” (Rb. Amsterdam 9 november 2022, AMS 22/2653, CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2458. De Hoge Raad verzuimt kennisgeving daarover d.d. 12 mei 2025 in behandeling te nemen).
₃₅ R.C.A. White & C. Overy, Jacobs, White, & Overy; The European Convention on Human Rights, Oxford University Press, p. 3 e.v.
₃₆ A. Hoogerwerf & M. Herweijer, Overheidsbeleid; Een inleiding in de beleidswetenschap, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2003, p. 91-92.
₃₇ EHRM 18 maart 1997, ECLI:NL:XX:1997:AD4449.
₃₈ Bijv. Rb. Amsterdam 28 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2127, Rb. Amsterdam 16 november 2021, 20/5028, r.o. 13. (onverzadigbaarheid ook in bijv. Rb. Amsterdam 25 februari 2021, 20/3566, Rb. Amsterdam 8 november 2021, 20/3566, CRVB 7 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1253 (CRvB 8 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1010, CRvB 12 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:1) Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905, Rb. Noord-Holland 15 december 2022. 20/5141. Rb. Noord-Nederland 9 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1988, r.o. 13 en 14. Rechtbank Noord-Nederland 9 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1988
₄₂ G.H. Addink: Integriteit, rechtmatigheid en goed bestuur, Handboek Integriteit 2012
₄₃ Gedragscode Integriteit Rijk, Staatscourant 2019, 71141, p. 1.
₄₄ O.a. K.E. Goodpaster, Conscience and Corporate Culture, VS, Mass. Malden: Blackwell Publishing 2007, p. 45; P. Werhane, Moral imagination and management descision-making, Oxford: Oxford University Press 1999, p. 13; C. Raat, Ethiek en integriteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, hoofdstuk 3 (‘Integriteit ontrafeld’).
₄₅ Bijvoorbeeld Nederlandse code voor goed openbaar bestuur; Beginselen van deugdelijk
overheidsbestuur <
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-14f934ce872de4f25b0184683f5053aa717064c0/pdf
>.
₄₆ M.A.P. Bovens e.a., Openbaar bestuur, beleid, organisatie en politiek, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2001, p. 162 e.v..
₄₇ Zoals universaliteit (gelijk, objectief, onpartijdig), rechtvaardigheid, responsiviteit, verantwoordelijkheid, integriteit, dienstbaarheid en mededogen
₄₈ C. Raat, Ethiek en integriteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, p. 39.
₄₉ M. Becker, Ethiek voor juristen, Amsterdam: Boom 2021, p. 111.
₅₀ Gedragscode Integriteit Rijk, Staatscourant 2019, 71141, p. 2. XXX
₅₁ Hierover M.A.P. Bovens e.a., Openbaar bestuur, beleid, organisatie en politiek, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2001, p. 249 waar de context met oorlogsmisdaden wordt geschetst.
₅₂ E. Karssing, De oplossing is het probleem niet! Reflecties op ethiek, integriteit en compliance, Capelle aan den IJssel: Nederlands Compliance Instituut/C.A. Wielenga 2011, p. 36 onder verwijzing naar K. Goodpaster, Conscience and corporate culture, Oxford: Blackwell 2007, p. 45 en P. Werhane, Moral imagination adn management decision-making, Oxford: Oxford University Press 1999, p. 13. Zie ook Gedragscode Integriteit Rijk, Staatscourant 2019, 71141.
Februari 2021, bijgewerkt 2026.
Afbeelding Spijkenisse, gemeente Nissewaard
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn niet bedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk na te streven . Ook kande informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn door wijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen. Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen van het gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie.
Welkom bij Legalance. Ik ben Anneke, jurist voor ondernemers en particulieren. Ook werk ik als freelance-jurist* of teken ik voor legal design. Hier vind je artikelen en blogposts op het gebied van bestuursrecht, erfgoedrecht (incl. werelderfgoed), horecarecht, ICT-recht, intellectueel eigendomsrecht, kunstrecht, mededingingsrecht, mensenrechten, omgevingsrecht, privaatrecht, privacy en verwerking persoonsgegevens (AVG), (goederen) vervoersrecht en veterinair recht (multidisciplinair).
Ben je niet op zoek naar een advocaat, maar wel naar de juridische oplossing, vraagbaak of ondersteuning die bij jou, je bedrijf of organisatie past? Laten we eens kennismaken.
*Jurist of paralegal vanuit Spijkenisse, vanaf Voorne-Putten (bij Rotterdam).




