Artikelen en blog
De zelfstandigenaftrek
En ineffectief overheidsfunctioneren als antigroeimiddel voor onderneming en economie
Het grondrecht op menselijke waardigheid (art. 1 Handvest EU) is de basis voor alle grondrechten, en moet worden eerbiedigd en beschermd, ook ten aanzien van de mens in Nederland. De ernst van inbreuken daarop komt o.a. tot uitdrukking in mensenrechten, strafrecht en rechtspersonenrecht (art. 2:20 BW). De vrijheid van ondernemerschap (art. 16 Handvest EU) impliceert de ruimte om (1) economische activiteit of een handelsactiviteit, (2) contracten en (3) vrije concurrentie aan te gaan₁.
In de bescherming van (grond)rechten heeft het recht op een eerlijk proces een schakelfunctie₂, maar schending vindt stelselmatig plaats. Om de rechtsbescherming tegen overheidshandelen beter te waarborgen, is het recht op eerlijk proces in 2022 met het recht op toegang tot de rechter expliciet in de Grondwet opgenomen₃. Voor de effectiviteit van de vrijheid van ondernemerschap (art. 16 Handvest EU), kan dit recht niet los worden gezien van het recht op een effectief rechtsmiddel (artt. 13 EVRM, 47 Handvest), zo benadrukt het European Union Agency for Fundamental Rights. Het ontbreken van effectieve procedures brengt grote risico’s voor ondernemers met zich mee₄, dus voor de economie. Het EVRM bevat procedurele waarborgen, die ook in belastingzaken van belang zijn₅. Het gaat bij dit verdrag om minimumwaarborgen en resultaatsverplichtingen (art. 1 EVRM) en daarnaast gelden rechtsstaatswaarborgen, de ambtseed₆ en – voor rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid₇ – de gedragscodes. Daarin wordt van rechters verlangd dat zij de invloed van hun beslissingen op mensenlevens en op de samenleving begrijpen en de zaak daarom met zorg en aandacht behandelen (NVvR rechterscode, p. 6). En de overheid moet de burger en de samenleving dienstbaar zijn. Het gaat over onze welvaart (art. 20 Gw), werkgelegenheid en maatschappelijke weerbaarheid (met uitgaven i.v.m. vergrijzing en onze veiligheid).
In art. 3.6 lid 1 Wet IB 2001 is bepaald dat onder urencriterium wordt verstaan: “het gedurende het kalenderjaar besteden van ten minste 1225 uren aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet, indien (a) de tijd die in totaal wordt besteed aan die ondernemingen en het verrichten van werkzaamheden in de zin van de afdelingen 3.3 en 3.4, grotendeels wordt besteed aan die ondernemingen of (b) de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was.”
Doelen wetgever
Met het aantal van 1225 uren heeft de wetgever beoogd dat de zelfstandigenaftrek enkel wordt toegepast bij zelfstandigen bij wie de voor werkzaamheden beschikbare tijd hoofdzakelijk in beslag wordt genomen door het drijven van een eigen onderneming of ondernemingen₁₃. Met het oog op het aantal uren gebruikt het aangifteprogramma de ja/nee-vraag “Werkte u minimaal 1.225 uur in de onderneming?” die doorwerkt in meerdere onderdelen van de ondernemersaftrek₁₄. Als je aan het urencriterium voldoet, wordt de (positieve) winst, na aftrek van de ondernemersvrijstelling, vrijgesteld tot maximaal het bedrag van de zelfstandigenaftrek waarop je als ondernemer recht hebt. Bij een lage omzet (doordat je bijvoorbeeld investeringen in tijd en/of geld hebt gedaan die zich nog moeten terugverdienen) is er soms geen ruimte om de volledige zelfstandigenaftrek te verrekenen. Niet benutte zelfstandigenaftrek moet als ‘niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek’ in aanmerking worden genomen₁₅ en worden verrekend in de volgende negen jaren (art. 3.76 lid 7 Wet IB 2001)₁₆. Zo zou je na die magere jaren alsnog de doorgroeimogelijkheid krijgen en bij kunnen dragen aan het verdienvermogen en toekomstige voorzieningenniveau van ons land.
Urenbeoordeling naar grotendeelscriterium en ervaringsregels
In de boeken is ‘aannemelijk’ soepeler dan sluitend bewijs₂₀, staat laag in de trappen van vergelijking₂₁ en gaat vanuit de menselijke ervaring uit van het gewone₂₂.
Als toetsingskader wordt gehanteerd “Als tijd die in beslag wordt genomen door het drijven van een onderneming geldt alle tijd die wordt besteed aan werkzaamheden die worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming₂₃. Hierbij dient als leidraad te worden genomen dat de wijze waarop een onderneming wordt gedreven, in beginsel wordt bepaald door de ondernemer, dat het te zijner beoordeling staat of bepaalde werkzaamheden voor de onderneming nut hebben, en dat het niet gaat om werkzaamheden die bedoeld zijn om in particuliere behoeften te voorzien. (…)₂₄” Je hebt je vrijheid als ondernemer (nodig) en dat de overheid de markt beter zou kennen dan ondernemers zelf, is al minder aannemelijk₂₅. De rechter kan prejudiciële vragen aan de Hoge Raad stellen (art. 27ga AWR). Van ambtenaren mag toereikend kennisniveau van ‘het gewone’ van de zakelijke belangen van de onderneming en het beroep, beroepsethiek en integriteit worden verwacht.
Dat bepaalde investeringen (tijd, geld) drukken op het bedrijfsresultaat van een boekjaar, zich niet direct, vaak in een ander boekjaar en soms helemaal niet terugverdienen, is allemaal heel gewoon/aannemelijk₂₆ en doet niet af aan je uren. Maar kosten (publieke lasten, welvaartsverlies) noch moeite worden bespaard om die tòch te vervormen of te betwisten en ‘niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek’ niet ex art. 3.76 lid 7 Wet IB 2001 te verrekenen; benadeling in je concurrentiepositie als 'beloning' voor je investeringen en toewijding.
Ondernemerschap voor maatschappelijke waarde
Hoewel we in een kenniseconomie leven en de overheid geen mededingingsproblemen behoort te veroorzaken, is het niet vanzelfsprekend dat investeringen van tijd en geld in kennis, de belangrijkste grondstof voor producten en diensten bij kennisintensieve beroepen, doorslaggevende concurrentiefactor₃₄ en bron voor het creëren van toegevoegde waarde en werkgelegenheidsgroei (in vooral dienstengeoriënteerde sector)₃₅ ‘gewoon’ van ‘zakelijk belang’ worden beschouwd. Onder zakelijke belangen wordt ‘Het volgen van cursussen of opleidingen die zijn gericht op het verkrijgen of op peil houden van de vakbekwaamheid die nodig is om de onderneming te kunnen blijven uitoefenen’ gerekend₃₆. Voor een dierenarts die commerciële kansen uit veterinaire chiropractie en acupunctuur wilde benutten, werden de uren via deze overweging meegeteld₃₇. Hoewel vernieuwing en uitbreiding van activiteiten inherent zijn aan het ondernemerschap₃₈ – en dat inzicht al van VOC-handel tot vrijmarktkleedjes wordt benut – wordt dat niet conform de wettelijke doelstelling bevorderd met het (weemoedige) oordeel dat tijd die je investeert in ‘cursussen die ertoe strekken nieuwe vakkennis te verwerven en daarmee de vakbekwaamheid uit te bereiden’ niet meetelt voor het urencriterium₃₉. In de maakindustrie zou het ongewoon zijn de inkoop van grondstoffen als voorziening in particuliere behoeften te beschouwen, maar bij kennisvergaring voor kennisintensieve beroepen of om te anticiperen op behoeften en actuele ontwikkelingen₄₀ wordt het zakelijk belang daarvan moeilijk erkend₄₁. Dat is opmerkelijk want voor een rechter die zo’n rechtsoverwegingen schrijft en die integer₄₂ en deskundig₄₃ moet zijn, is opleiding ook gewoon werk₄₄. Ook tijd van denkprocessen zou niet meetellen₄₅, terwijl het voor jou als ondernemer gaat om waarde creëren₄₆ en de geschiedenis uitwijst welke economische belangen daarmee gemoeid kunnen zijn₄₇. Natuurlijk denk je ook na over de manieren om je doelgroepen te bereiken. En als de grens van je verdienmodel in zicht komt, is een denkproces over de ontwikkeling van high-end-, low-end- en middle-end-producten heel gewoon.
Met een naar de stand van de wetenschap niet-waarheidsgetrouw beeld van (de aard van) het ondernemerschap worden activiteiten buiten het urencriterium gelaten als de zelfstandigenaftrek niet over het betreffende boekjaar gerealiseerd kan worden. Zo wordt verrekening in de volgende negen jaren (art. 3.76 lid 7 Wet IB 2001) met oneigenlijke redenen achterwege gelaten (art. 94 Gw), zijn de procedures niet effectief of doeltreffend (art. 13 EVRM/art. 47 Handvest EU) en zal Nederland geen welvaartswinst zien uit bevordering van ondernemerschap en doorgroei. Anderen kunnen profiteren.
Recht op eerlijk proces, ook bij voldoende zakelijke uren
Zo’n urenregistratie is volgens de rechtspraak niet doorslaggevend₅₀. De rechtspraak biedt wel handvatten die behulpzaam kunnen zijn₅₁:
• heeft de belanghebbende gedurende het relevante jaar aantekening gehouden van het aantal aan de onderneming bestede uren?
• berust het urenoverzicht op veronderstellingen en grove schattingen?
• beschikt belanghebbende over een enigermate verfijnder systeem van urenverantwoording?
• leent de toegezonden informatie zich voor een duidelijke conclusie omtrent het tijdsbeslag van de diverse activiteiten?
• zijn de verstrekte getallen en verklaring daaromtrent voldoende aanvaardbaar₅₂ dat de belanghebbende in het betreffende jaar alle beschikbare tijd heeft geïnvesteerd in de onderneming?
Wellicht moeten we ons ook uit economisch oogpunt alvast zorgen maken over de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) en de wijze waarop ambtenaren met zieke (!) ondernemers zullen omgaan.
Eind goed, al goed?
Juist in het land dat bekend staat om de handelsgeest piept en kraakt het ondernemersklimaat. Niet alleen moeten procedures effectief of voorzieningen doeltreffend zijn (art. 13 EVRM/art. 47 Handvest EU), ook mag vandaaruit worden verwacht dat de rechter schendingen en het voortduren daarvan zoveel mogelijk voorkomt₆₂. Procedureel moeten herstelmaatregelen kunnen worden genomen₆₃ en als het voorkomen van schending onmogelijk is, mag ‘adequate redress’ – geschikt rechtsherstel – worden verwacht₆₄. Na de invoering van art. 80a Wet RO (Hoge Raad) fungeert de belastingraadsheer steeds vaker als ‘eindrechter’ en wint gedragsregel 2.7 lid 2 inhoudende dat de motivering zodanig (specifiek, uitdrukkelijk₆₅) dient te zijn dat de uitspraak inzichtelijk is, zodat de aanvaardbaarheid ervan wordt bevorderd, aan kracht₆₆; inzichtelijk op naleving van minimumwaarborgen en juiste rechtstoepassing bijvoorbeeld. Van de raadsheren mag worden verwacht dat zij onderzoeken op welke wijze een geschil het meest effectief beslecht kan worden (gedragsregel 2.6 lid 6 Professionele standaarden₆₇), waarmee het op hun weg ligt ondernemers een effectieve procedure te garanderen, voor de eindstreep het eerlijk proces te waarborgen₆₈ en te voorkomen dat een extreem formalistische houding in bewijs, onrechtstatelijkheid of machtsmisbruik tot normen van overheidsgedrag worden gemaakt en om geschikt rechtsherstel te bewerkstelligen. Vooralsnog blijft de verrekening van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek ook door belastingraadsheren met de jurisprudentie, gedragsregels, individuele en maatschappelijke belangen en ruim voldoende uren₆₈ aan naar menselijke ervaringsregels gewone activiteiten met zakelijk belang in hun hand (maar omzetgerelateerde vergelding in hun hoofd?), achterwege₆₉. En de Hoge Raad laat het gebeuren₇₀. Zonder effectuering van (grond)rechten mist de rechtsorde zijn betekenis. Dat zou binnen de daarvoor verantwoordelijke organisaties stof tot nadenken, spreken en veranderen moeten zijn.
₁ HvJ EU 10 maart 2020, ECLI:EU:T:2020:89, r.o. 149; HvJ EU 22 Januari 2013, ECLI:EU:C:2013:28, r.o. 42 (Sky Österreich GmbH / Österreichischer Rundfunk). M.b.t. interpretatie art. 6, lid 1, derde alinea, VEU, art. 52, lid 7 Handvest EU, HvJ EU 22 december 2010, ECLI:EU:C:2010:811, r.o. 32 (DEB).
₂ Kamerstukken II 2015/16, 34 517, 3.
₃ Inwerkingtreding 30 augustus 2022, Stb. 2022, 332. Van beperktere reikwijdte zijn art. 6 EVRM, art. 14 IVBPR en artt. 47-50 Handvest EU.
₄ European Union Agency for Fundamental Rights FRA (2015), Freedom to conduct a business: exploring the dimensions of a fundamental right, p. 47-50. < https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2015-freedom-conduct-business_en.pdf > Zie over effectief rechtsmiddel voor ondernemingen ook VN-rapport A/72/162: Report on access to effective remedy for business-related human rights abuses d.d. 19 juli 2027 < https://www.ohchr.org/en/documents/thematic-reports/a72162-report-access-effective-remedy-business-related-human-rights >
₅ Voorbeeld EHRM 25 juli 2013, 27183/04 (Rousk/Zweden). Financieel gerelateerde zaken kunnen als ‘civil right’ in de zin van art. 6 EVRM worden opgevat (EHRM 26 maart 1992, 11760/85 (Editions Périscope/Frankrijk).
₆ Uitgebreid over de ambtseed/-belofte HR 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:820.
₇ Bij de gedragscodes gaat het om (gezaghebbend) soft law, die een belangrijke aanvullende bron vormt met het oog op het waarborgen van (onder meer) de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid. (HR 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:820 refererend naar M.L. van Emmerik, J.P. Loof & Y.E. Schuurmans, Systeemwaarborgen voor de kernwaarden van de rechtspraak 2014, Den Haag: SDU Uitgevers, nrs. 2.2.2.5 en 2.4. In gelijke zin: C.P.M. Cleiren, De neutrale strafrechter. Instrumenten en waarborgen voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid, Den Haag: Boom Juridisch 2012, p. 37 e.v.).
₁₀ Kamerstukken II 2008/09, 32128, 3, p. 88.
₁₁ Kamerstukken II 2011/12, 33003, 3, p. 20. Ook Kamerstukken II 1982/83, 17 943, 1-3, p. 5, V-N 2011/542, p. 46.
₁₂ Kamerstukken II 2011/12, 330033, 3 p. 19, V-N 2011/542, p. 46.
₁₃ Kamerstukken II 1982/83, 17 943, 1-3, p. 7.
₁₄ Art. 3.10, 3.42 3.42a3.79 en 3.79a Wet IB 2001. De ja/nee-vraag over uren werkt door in toevoegingen aan oudedagreserves (art. 3.67 Wet IB 2001), zelfstandigenaftrek (art. 3.76 Wet IB 2001, aftrek speur- en ontwikkelingswerk (art. 3.77 Wet IB 2001), meewerkaftrek (art. 3.78 Wet IB 2001), startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid (art. 3.78a Wet IB 2001) voor 800 uur.
₁₅ Kamerstukken II 2008/09, 32128, 3, p. 52.
₁₆ Kamerstukken II 2008/09, 32128, 3, p. 95.
₁₇ Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, § 3 (feitenweergave niet hersteld: Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905).
₁₈ D.A. Albregtse, Cursus Belastingrecht 2022-2023; Inkomstenbelasting, Deventer: WoltersKluwer 2022, p. 165.
₁₉ O.a. Rb Haarlem 29 november 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:BD9159.
₂₀ A.T. Marseille & H.D. Tolsma (red.) e.a., Bestuursrecht; Rechtsbescherming tegen de overheid, Den Haag: Boom Juridisch 2016, p. 258.
₂₁ Hierover bijv. Prof. mr. R.J.N. Schlössels, ‘Een vrije en kenbare bewijsleer?’ in: Bestuursrechtelijk bewijsrecht: wetgever of rechter?, preadviezen VAR-reeks 142, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 22-23 (voetnoot 62).
₂₂ Hierover bijv. Prof. mr. R.J.N. Schlössels, ‘Een vrije en kenbare bewijsleer?’ in: Bestuursrechtelijk bewijsrecht: wetgever of rechter?, preadviezen VAR-reeks 142, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 59.
₂₃ HR 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5827
₂₄ HR 18 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2488 inzake ondernemingskosten. Zie verder HR 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1832, r.o. 3.4. Toetsingskader in Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, r.o. 18 en 22 onder verwijzing naar HR 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5827 en HR 18 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2488 bevestigd in Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041. Verder Hof Arnhem-Leeuwarden 28 juni 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5337.
₂₅ Ten aanzien van overheidsingrijpen wordt erkend dat ondernemingen beter dan de overheid op de hoogte zijn van de precieze grenzen van de concurrentie in een bepaalde markt (J.F. Appeldoorn & H.H.B. Vedder, Mededingingsrecht; Beginselen van Europees en Nederlands Mededingingsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2013, p. 221).
₂₆ Vergelijk: over de jaargrens heen kijken voor voordeelsverwachting (HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6821, Rb. Arnhem 11 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BJ2953)
₂₇ Hierover Kamerstukken II 2019/20, 31 066, 681, met betrekking tot zelfstandigenaftrek door beroepmedewerker verwoord als ‘omzet- en winstafhankelijke uitwerping door het systeem’, Hof Amsterdam 14 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3572.
₂₈ Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtsnoeren inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679, 3 oktober 2017, WP251rev.01. p. 24-25.
₂₉ Hierover bijv. Prof. mr. R.J.N. Schlössels, ‘Een vrije en kenbare bewijsleer?’ in: Bestuursrechtelijk bewijsrecht: wetgever of rechter?, preadviezen VAR-reeks 142, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 26.
₃₀ Zie hierover Afdeling advisering van de Raad van State, Kamerstukken II 2017/18, 26643, 557.
₃₁ De ondernemer wordt in de wetenschap wel omschreven als “The entrepreneur is the person who turns his or her ideas and ambitions into a well-functioning enterprise, that creates value for himself or herself, his or her employees and the society, and focuses on innovation and extension of activities, where he or she carries full responsibility (at own risk and for his or her own account) and where he or she directly feels the consequences of his or her decisions” J. Dijkhuizen, Entrepreneurship, easier said than done: A study on success and well-being among entrepreneurs in the Netherlands (rede Tilburg). Ridderprint 2015, p. 12.
₃₂ Brief van 18 maart 2021 in procedure Rb. Noord-Holland 28 februari 2023, 21/5190, in stand gelaten Hof Amsterdam 14 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3572, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1903 en beslissing op bezwaar d.d. 18 mei 2022 en verweerschrift 14 september 2022 (§ 7.5) in procedure Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, in stand gelaten Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905
₃₃ Een rechter die deskundig en integer zouden moeten zijn, heeft uitleg nodig en is daarna als rechtsmiddel nog niet effectief (proces-verbaal zitting d.d. 24 november 2022, p. 2 in Rb. Noord-Holland 28 februari 2023, 21/5190, Hof Amsterdam 14 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3572, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1903) of vindt de perceptie van de Belastingdienst voor de hand liggend (proces-verbaal zitting d.d. 23 augustus 2023, p. 4) en ziet een heroverweging (Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, § 27, in stand gelaten Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905).
₃₄ D. Jacobs, D., Het Kennisoffensief; slim concurreren in de kenniseconomie, Deventer/Alphen aan de Rijn 1999: Samsom, tweede, uitgebreide editie.
₃₅ Rapport ‘Kennis op de kaart; ruimtelijke patronen in de kenniseconomie’, Rotterdam: NAi Uitgevers/Den Haag: Ruimtelijk Planbureau 2004, p. 18-19.
₃₆ HR 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5827.
₃₇ Hof Arnhem-Leeuwarden 19 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8105
₃₈ Zie omschrijving J. Dijkhuizen in eerdere voetnoot. Er is ook dynamische efficiëntie in de marktwerking nodig, hetgeen impliceert dat ondernemers blijven zoeken naar nieuwe producten. Zonder deze prikkel blijft de industrie onhandige en ouderwetse producten produceren (J. Slot & C.R.A. Swaak, Inleiding mededingingsrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2012, p. 1).
₃₉ Hof 's-Hertogenbosch 19 juni 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2008, r.o. 4.3. Er wordt vaak gebruik gemaakt van een formulering over studiekosten dat dateert uit de Jaren ’60 van de vorige eeuw (HR 10 februari 1960, ECLI:NL:HR:1960:AY0572) en niet aansluit bij hedendaagse ondernemersbelangen. Vergelijk ook: Hof ’s-Gravenhage 20 oktober 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4593, r.o. 4.2-4.3.
₄₀ Bijv. B. Verhage, Grondslagen van de Marketing, Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers 2013, p. 340-342. 1. Omzetgroeidoelstellingen, 2. Overcapaciteit, 3. Aanvulling van het assortiment, 4. Overheidsvoorschriften, 5. Concurrentie, 6. Veranderende wensen en behoeften, 7. Nieuwe technologie.
₄₁ Rb. Noord-Holland 28 februari 2023, 21/5190, Hof Amsterdam 14 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3572, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1903
₄₂ NVvR Rechterscode, p. 6, 7 tevens § 1.1 Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak, januari 2014, p. 3 en 4, ook geldend voor staatsraden (https://www.raadvanstate.nl/publicaties/regelingen/gedragsregels-voor-staatsraden/)
₄₃ Over deskundigheid NVvR-rechterscode 26 september 2011, § 2.4.1, Gedragscode Rechterlijke Macht (Staatscourtant 2013, 31059 d.d. 8 november 2013). Ook art. 1.1 en 2.1.6 Professionele standaarden bestuursrecht d.d. 14 september 2017.
₄₄ Gedragen door de gerechten (SSR Jaarplan 2023, p. 6) dus door de belastingbetaler.
₄₅ Rb. Leeuwarden 23 september 2005, ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3164, r.o. 4.8.
₄₆ Zie omschrijving J. Dijkhuizen in eerdere voetnoot.
₄₇ De grootste innovaties komen van individuen, van de kleine zelfstandigen van toen zoals Herman Hollerith (IBM, 1889), Henry Ford (Ford, 1903) en William E. Boeing (Boeing, 1916) waar later aanzienlijke werkgelegenheid uit is voortgekomen. Zo ook in hedendaagse technologische ontwikkelingen.
₄₉ Vergelijk bijv. Rb Haarlem 29 november 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:BD9159, Hof Leeuwarden 24 mei 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6086.
₅₀ Rb Haarlem 29 november 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:BD9159, r.o. 4.2.4.
₅₁ Hof Leeuwarden 24 mei 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6086.
₅₂ Mogelijk werd ‘aannemelijk’ bedoeld.
₅₃ EHRM 18 maart 1997, ECLI:NL:XX:1997:AD4449.
₅₄ Het Europese Hof heeft Nederland in 2012 (in een ander soort bestuursrechtszaak) op de vingers getikt vanwege de extreem formalistische houding in de omgang met bewijs (EHRM 10 januari 2012, 22251/07 (G.R. / Nederland)
₅₅ Tijdsbesteding aan zakelijk relevante procedures tegen de overheid: Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905.
₅₆ Bijv. Rb. Noord-Nederland 9 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1988, r.o. 13 en 14.
₅₇ Rechtbank Noord-Nederland 9 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1988
₅₈ European Union Agency for Fundamental Rights FRA (2015), Freedom to conduct a business: exploring the dimensions of a fundamental right, p. 47-50.
₅₉ EHRM 9 december 1994, 18390/91 (Ruiz Torija/Spanje), EHRM 9 december 1994, 18064/91 (Hiro Balani/Spanje) met de belangrijkste argumenten (EHRM 24 mei 2005, 61302/00 (Buzescu/Roemenië); EHRM 7 maart 2006, 74644/01 Donadze/Georgië) of specifieke, relevante en belangrijke punten EHRM 14 januari 2021, 11161/08 (Mont Blanc Trading LTD & Antares Titanium Tading LTD/Oekraïne) en toetsing van EVRM-rechten EHRM 7 februari 2013, 16574/08 (Fabris/Frankrijk), EHRM 28 juni 2007, 76240/01 (Wagner & J.M.W.L./Luxemburg)
₆₀ A. Straathof e.a., 7 red flags: verhoogde kans op fraude en corruptie, TvOO 2016/4, p. 65-71. Andere red flags zijn machtsafstand, geheimhoudingsconstructies, ring of silence, verkeerd voorbeeldgedrag, zwakke bedrijfsvoering en resultaatgedrevenheid.
₆₂ EHRM 15 januari 2009, 33509/04, par. 97 (Burdov/Rusland)
₆₃ EHRM 30 oktober 1991, 13163/87, 13164/87, 13165/87, 13447/87 en 13448/87 (Vilvarajah e.a./Verenigd Koninkrijk); EHRM 21 oktober 1996, 15211/89, par. 41 (Calogera/Italie).
₆₄ EHRM 6 september 1978, 5029/71, par. 64 (Klass e.a./Duitsland); EHRM 15 januari 2009, 33509/04, par. 97 (Burdov2 / Rusland).
₆₅ EHRM 9 december 1994, 18390/91 (Ruiz Torija/Spanje), EHRM 9 december 1994, 18064/91 (Hiro Balani/Spanje) met de belangrijkste argumenten (EHRM 24 mei 2005, 61302/00 (Buzescu/Roemenië); EHRM 7 maart 2006, 74644/01 Donadze/Georgië) of specifieke, relevante en belangrijke punten EHRM 14 januari 2021, 11161/08 (Mont Blanc Trading LTD & Antares Titanium Tading LTD/Oekraïne) en toetsing van EVRM-rechten EHRM 7 februari 2013, 16574/08 (Fabris/Frankrijk), EHRM 28 juni 2007, 76240/01 (Wagner & J.M.W.L./Luxemburg)
₆₇ 2.6 lid 6 Professionele standaarden teams belastingen van de gerechtshoven, vergelijk art. 13 EVRM.
₆₈ EHRM 23 juni 1981, nr. 6878/75;7238/75, Series A 43, r.o. 51 (Le Compte, Van Leuven & De Meijere), EHRM 10 februari 1983, nr. 7299/75;7496/76, Series A 58, r.o. 29 (Albert & Le Compte), EHRM 26 maart 1987, 9248/81 en EHRM 26 april 2007, 71525/01 (Dumitri Popescu).
₆₉ Conform telling van de Belastingdienst 1416,5 uur, waarvan 496,5 uur aan opleiding, zonder welke nog met 920 uur aan het grotendeelscriterium (art. 3.6 lid 1 Wet IB 2001) wordt voldaan (75.1 %) (Rb. Noord-Holland 28 februari 2023, 21/5190, Hof Amsterdam 14 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3572); conform de telling van de Belastingdienst 1795 uren aan evidente ondernemersactiviteiten, in verweer nog als feit aangenomen (Rb. Noord-Holland 14 september 2023, HAA 22/3558, Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041).
₇₀ Hof Amsterdam 14 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3572, Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2041
₇₁ HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1903, HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1905. Brieven PG-B/2025/375/UIT-PG-Z/2025/14208/GvW en PG-B/2025/375/UIT-PG-Z/2025/14456/GvW.
No effective remedy for entrepreneurs and extremely formalistic attitude (even after ECHR January 10, 2012, 22251/07) in tax cases in The Netherlands
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn niet bedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk na te streven . Ook kande informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn door wijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen. Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen van het gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie.
Welkom bij Legalance. Ik ben Anneke, jurist voor ondernemers en particulieren. Ook werk ik als freelance-jurist* of teken ik voor legal design. Hier vind je artikelen en blogposts op het gebied van bestuursrecht, erfgoedrecht (incl. werelderfgoed), horecarecht, ICT-recht, intellectueel eigendomsrecht, kunstrecht, mededingingsrecht, mensenrechten, omgevingsrecht, privaatrecht, privacy en verwerking persoonsgegevens (AVG), (goederen) vervoersrecht en veterinair recht (multidisciplinair).
Ben je niet op zoek naar een advocaat, maar wel naar de juridische oplossing, vraagbaak of ondersteuning die bij jou, je bedrijf of organisatie past? Laten we eens kennismaken.
*Jurist of paralegal vanuit Spijkenisse, vanaf Voorne-Putten (bij Rotterdam).




