Blog over monumenten in de Omgevingswet met afbeelding grachtenpanden Amsterdam
Monumenten in de Omgevingswet
Een vooruitblik
Al is die al een aantal keren uitgesteld, de Omgevingswet staat nog steeds op de planning, met nieuwe instrumenten die ook voor het erfgoed of monumentale vastgoed van betekenis zullen zijn. In dit blogje blik ik vooruit naar de bescherming van monumenten zoals dat met de Omgevingswet zal plaatsvinden.

In de doelstelling van de Omgevingswet (art. 1.3 Omgw) is de grondwettelijke zorgplicht van de overheid om het leefmilieu te beschermen en te verbeteren (art. 21 Gw), terug te vinden. Het leefmilieu bevat cultureel erfgoed, waaraan – ongeacht of het een beschermde status heeft – algemeen belang aan wordt toegekend, omdat het de verhalen uit het verleden bevat.
     Met de Omgevingswet vindt de aanwijzing van rijksmonumenten via de Erfgoedwet plaats. De aanwijzing van provinciale en gemeentelijke monumenten gaat via een decentrale erfgoedverordening (zie hierna). Werelderfgoed zal met de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het eerst expliciet in de wet worden opgenomen als element van de fysieke leefomgeving (art. 2.1 sub j Omgw).  

Onder de Omgevingswet zijn nieuwe instrumenten te onderscheiden, zoals de omgevingsvisie (afd. 3.1) waarin de doelen, ambities en maatschappelijke opgaves voor de fysieke leefomgeving worden opgenomen èn wordt samenhang aangebracht in diverse beleidsterreinen en ontwikkelingen in het gebied. In dat kader worden de kernkwaliteiten van een gebied vastgesteld waarin erfgoed – inclusief monumenten – een plaats krijgt. Voor werelderfgoed wordt er – anders dan onder de huidige regelgeving – specifiek gericht op de uitzonderlijk universele waarde uit het besluit van het Werelderfgoedcomité.
     In een programma (afd. 3.2) wordt aangegeven hoe de gemeente haar kernkwaliteiten wil ontwikkelen, gebruiken, beschermen en behouden. Monumenten kunnen daarin als aspect van de fysieke leefomgeving terugkomen.
     De decentrale regelgeving (§ 4.3.1) omvat de gebiedsdekkende regelingen en vergunningsplichten van decentrale overheden. Voor gemeenten is dat het omgevingsplan en voor provincies de omgevingsverordening. Het huidige bestemmingsplan vervalt. Met vroegtijdige inventarisatie van cultureel erfgoed kan de beschermingswaardigheid daarvan meewegen bij de toedeling van functies aan locaties, óók buiten de eigen gemeentegrenzen. Werelderfgoed wordt zo ook voor omliggende gemeenten relevant. Het erfgoed kan ook worden opgenomen in de beoordelingsregels voor vergunningen op andere ruimtelijke terreinen. Regelingen voor gemeentelijk en provinciale monumenten komen ook in de omgevingsplan-regels opgenomen. Een omgevingsplan kan maatwerkregels bevatten voor vergunningsvrije wijzigingen aan een rijksmonument, die een basis geven voor een meldplicht voor vergunningsvrije activiteiten om preventieve controle uit te voeren.
     Instructieregels van het Rijk moeten waarborgen dat met cultureel erfgoed of de uitzonderlijk universele waarde van werelderfgoed rekening wordt gehouden (art. 2.27/2.28 Omgw) . Die taak kan bij de provincie worden gelegd.
     Nationale regels voor de bescherming van de leefomgeving worden opgenomen in Algemene rijksregels voor activiteiten, zoals over de onderhoudsplicht voor rijksmonumenten. Maatwerkvoorschriften kunnen deze verder concretiseren. Er komt ook een zorgplicht tot behoud van de monumentale waarden.
     Oude bekenden zijn de omgevingsvergunning (afd. 5.1) en het projectbesluit (afd. 5.2). Met een projectbesluit kan een omgevingsplan direct gewijzigd worden.

In grote lijnen kan worden geconcludeerd dat de bescherming van monumenten onder de Omgevingswet gedetailleerder wordt. In èlk geval vereisen de instrumenten in de voorbereidende fase meer aandacht voor erfgoed, waarbij over de beleidsterreinen en gemeentegrenzen moet worden heen gekeken. Met instructieregels wordt de betrokkenheid vanaf rijksniveau versterkt. Vanuit verschillende invalshoeken zou dan moeten kunnen worden overwogen of bijvoorbeeld de impact van verkeer op een beschermingswaardig pand niet te groot is.
     De mate waarin de redengevende omschrijving volledig en actueel is, blijft van belang voor de bescherming van het object. Maar de expliciete zorgplicht, maatwerkvoorschriften en maatwerkregels – op basis waarvan preventieve controle bij vergunningsvrije activiteiten mogelijk is – voegen daar iets aan toe.
     De vooruitzichten voor Nederlandse monumenten onder de Omgevingswet zijn beter. Tegelijkertijd biedt de wet nog geen garantie voor feitelijke bescherming. Voor het behoud van de monumenten zullen bewustwording, draagkracht en particuliere inspanningen onmisbaar blijven. En die cappuccino bij dat leuke kasteeltje zal de instandhouding van de oude kasteelverhalen ook goed doen.

Meer weten over werelderfgoed onder de huidige wet- en regelgeving? Lees ook: Van uitzonderlijk universele waarde, en dan...? Over werelderfgoed in het bestemmingsplan.

Juli 2018
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.