Blog over Alcoholwetvergunning met afbeelding fles wijn en glas
De Alcoholwetvergunning

Bij verstrekking van alcoholische dranken tegen betaling

Als ondernemer in de horeca[1], in de recreatie of in hettoerisme heb je te maken met allerlei wetten en regels. Vaak moet je oververschillende vergunningen beschikken om je bedrijf te mogen runnen. Bij deexploitatie van een horecabedrijf of een slijterij - of verstrekking van alcoholischedranken tegen betaling - is een Alcoholwetvergunning nodig. De Alcoholwet bevatregels over de verkoop en gebruik van alcoholhoudende drank in relatie tot devolksgezondheid, zoals reclame, leeftijd en opleidingseisen[2]. Anderevergunningen die je in de horeca nodig kunt hebben, zijn bijvoorbeeld eenexploitatievergunning, omgevingsvergunning, terrasvergunning enonttrekkingsvergunning.

De regels
De Alcoholwet stelt onder meer grenzen aan prijsacties voor alcoholhoudendedrank en regels voor verkoop op afstand (webshops). De Alcoholwet regelt ookvergunningplichten. Bij instelling van een vergunningsplicht zijn de bepalingenuit de Dienstenwet (Dw) en Dienstenrichtlijn (DRL)[3] vaak ook relevant. Daaruit volgt onder meer dat devergunningsvoorschriften niet-discriminatoir, gerechtvaardigd om een dwingendereden van algemeen belang, evenredig, duidelijk en ondubbelzinnig, objectief,vooraf openbaar bekendgemaakt, transparant en toegankelijk dienen te zijn (art.10 DRL). De Alcoholwet verbiedt zonder daartoe strekkende vergunning van deburgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen (art. 3 lid 1Alcoholwet). Onder 'horecabedrijf' vallen "de activiteiten in ieder gevalbestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken vanalcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse" en  onder 'slijtersbedrijf' wordt verstaan "deactiviteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aanparticulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse,al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aanparticulieren verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voorgebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten van bijalgemene maatregel van bestuur aangewezen andere handelingen" (art. 1Alcoholwet). Zodra alcoholische dranken (al dan niet via muntjes ofconsumptiebonnen[4]) tegen betaling worden verstrekt is dus een vergunningnodig, ook als dat niet bedrijfsmatig gebeurt. Gratis alcoholverstrekking is instrijd met art. 25 Alcoholwet. Prijsacties 'ter plaatse', zoals happy hours,kunnen door gemeenten worden gereguleerd vanwege openbare orde-bewaking[5].

De wet maakt onderscheid tussen commerciële horecabedrijvenen paracommerciële rechtspersonen. Art. 3 Alcoholwet betreft devergunningverlening aan commerciële horecabedrijven zoals hotels, restaurantsen cafés. Dergelijke gelegenheden mogen zowel zwak alcoholhoudende dranken alssterke dranken verkopen die 'ter plaatse' worden genuttigd, dat wil zeggen inde horecalokaliteit die of op een terras dat op de vergunning staat vermeld.Het terras kan onderdeel zijn van de inrichting als het daar tegenaan of in deonmiddellijke nabijheid is gelegen, zodat toezicht mogelijk is[6].Art. 4 Alcoholwet ziet op vergunningen aan paracommerciële rechtspersonen. Dezerechtspersonen hebben een andere hoofdactiviteit en daarbij is de verstrekkingvan alcoholhoudende dranken een nevenactiviteit, zoals bij sportclubs,buurthuizen en culturele instellingen. Regels over in de Alcoholwet genoemdeonderwerpen zijn te vinden in gemeentelijke verordeningen (AlgemeenPlaatselijke Verordening, 'APV' of horecaverordening).

Er worden in de Alcoholwet en het Alcoholbesluit eisengesteld omtrent aanwezigheid van de leidinggevende, diens leeftijd,kwalificatie Verklaring Sociale Hygiëne en gedragsverleden. Daarbij kan dekanttekening worden geplaatst dat de eis niet in enig opzicht van slechtlevensgedrag te zijn (art. 8 lid 1 sub b Alcoholwet) slecht te rijmen is met art.10 DR[7] en weinig waarborg biedt tegenmachtsmisbruik.

Op grond van de Alcoholwet (art. 7, 10 Alcoholwet), deOmgevingswet (art. 4.3 lid 1 Ow) en het Besluit bouwwerken leefomgeving ('Bbl'art. 2.10[8])gelden er specifieke eisen voor de inrichting van horeca- enslijtersinrichtingen. Zo gelden er minimumafmetingen voor vloeroppervlak (35 m²voor horeca[9],15 m² voor slijterij), een minimum plafonhoogte (2,4 m bij bestaande bouw, 2,6m bij nieuwbouw) en eisen met betrekking tot ventilatie[10] en toiletvoorziening[11].Een gemeente kan in het omgevingsplan ook eisen hebben opgenomen voor delocatie van horeca en slijterijen.

Op grond van § 3a van de Alcoholwet kan een gemeentegemeentelijke verordening een alcoholoverlastgebied aanwijzen, waar specifiekeregels voor de verkoop van alcohol, leeftijd, prijsacties of weigering van deAlcoholwetvergunning kunnen gelden. Gemeenten moeten ook beschikken over eenpreventie- en handhavingsplan voor alcohol.

De aanvraag
Uit art. 7 Alcoholwet volgt dat er in de eerste plaats sprake moet zijn van een'inrichting' met een besloten ruimte (gedefinieerd in art. 1 Alcoholwet) omvoor een vergunning in aanmerking te komen. Kramen, buitenruimtes,personenvervoer e.d. vallen hierbuiten en kunnen dus niet met succes eenaanvraag voor een Alcoholwetvergunning indienen. Verder is van belang dat deaanvraag een juiste weergave bevat van de feitelijke situatie omtrent relevanteaspecten.

Bij een vergunningsaanvraag van een paracommerciëleinstelling voor een vergunning op grond van art. 3 Alcoholwet (voorhorecabedrijf) is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing(art. 6 Alcoholwet). De aanvraag zal dan gedurende vier weken ter inzage wordtgelegd (art. 3:11 jo. 3:16 Awb), waarbij belanghebbenden hun zienswijze kenbaarkunnen maken (art. 3:15 Awb) en horecaondernemers hun gedachten over(dreigende) mededingingproblemen naar voren kunnen brengen.

Beoordeling
Een burgemeester heeft de gebonden bevoegdheid tot verlening van deAlcoholwetvergunning; de formele wetgever heeft al een belangenafweging gemaakten de burgemeester dient de vergunning te weigeren als zich één van deweigeringsgronden in art. 27 Alcoholwet voordoet en te verlenen als er geenstrijdigheid is met die gronden. Behalve betaling en de eisen aan de inrichtingvan het horecapand en leidinggevende, kunnen ook weergave van de feitelijkesituatie in de aanvraag, reclameuitingen, andere bedrijfsactiviteiten, eeneerder ingetrokken Alcoholwetvergunning en de invloed op de openbare orde in deomgeving een rol spelen.

Tegen de weigering, gedeeltelijke weigering en/of tegenbeperkende voorwaarden die aan een verleende vergunning verbonden zijn, kun jein bezwaar[12].Soms kan het zinvol zijn ondertussen een verzoek tot het treffen van eenvoorlopige voorziening bij de rechtbank te vragen (art. 8:81 Awb). Aspecten diedaarbij kunnen meewegen zijn de kans van instandhouding van het besluit, deaannemelijkheid[13] vaneen financiële noodsituatie, dan wel de kans op toewijzing bij indiening vaneen nieuwe aanvraag.

Wie bij een vergunningsaanvraag van een paracommerciëlerechtspersoon voor een vergunning op grond van art. 3 Alcoholwet - dus voorhorecabedrijf - een zienswijze naar voren heeft gebracht, kan in beroep bij debestuursrechter (art. 6:13 Awb).

Geen 'automatische' Alcoholwetvergunning
Bij veel ondernemersvergunningen geldt de Lex Silencio Positivo (LSP), waarmee(onder andere) een gemeente een stok achter de deur heeft om binnen eenredelijke termijn te reageren op een vergunningsaanvraag; een vergunning wordtvan rechtswege - dus automatisch - verleend als degemeente niet of te laat reageert en de beslistermijn (meestal zes weken)overschrijdt, als er tenminste aan wettelijke eisen is voldaan. Deze 'positievefictieve beschikking' uit § 4.1.3.3 van de Awb is niet van toepassing op deaanvraag voor een Alcoholwetvergunning (art. 3 lid 2 Alcoholwet).

Aandachtspunten vergunninghouder
Houd er als vergunninghouder rekening mee dat er bij wijzigingen inbijvoorbeeld de (rechts)persoon van exploitant of bedrijfsinrichting(verbouwing) een nieuwe Alcoholwetvergunning nodig kan zijn.

Evenementen
Voor evenementen, festivals, lokale evenementen zoals kermis of braderie,Koningsdag e.d. wordt geen gebruik gemaakt van de Alcoholwetvergunning maar vande ontheffing ex art. 35 Alcoholwet ('tapontheffing'). Hiermee is het mogelijkbij bijzondere gelegenheden van zeer incidentele aard zwak alcoholhoudendedranken (wijn en bier) te mogen verstrekken, tegen betaling, voor gebruik terplaatse. Ook hier gelden de aanwezigheidseis en opleidingseisen van deleidinggevende.

Lees ook de blogposts "Omschakelen in de fysiekeleefomgeving; Overgangsrecht Omgevingswet", "De algemene plaatselijke verordening (APV)", "De exploitatievergunning"en "Een bezwaarschrift indienen".

[1] Het woord 'horeca' is samengesteld uit de woorden'hotel', 'restaurant'' en 'café'. In de praktijk vallen eet- endrinkgelegenheden en bedrijven die logies aanbieden daaronder.
[2] KamerstukkenII 2019/20, 35337, 3, p. 4.
[3] Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU L 376).
[4] Jurisprudentieonder Drank- en horecawet
[5]
KamerstukkenII 2019/20, 35337, 3, p. 4, 6.
[6]
[7]
Het Hof acht discretionaire bevoegdheden in vergunningvoorwaardenontoelaatbaar vanwege ruimte voor willekeur en rechtsonzekerheid (HvJ EG 23februari 1995, ECLI:EU:C:1995:54, C-358/93 & C-416/93 (Bordessa e.a.))
[8]
Geldend tot 1 juli 2024.
[9]
Voor rijksmonumenten kan hiervan worden afgeweken (art. 10 lid 2Alcoholwet)
[10]
Mechanische ventilatie die rechtstreeks met de buitenlucht inverbinding staat, goed werkt en aan de norm voor luchtverversingscapaciteitvoldoet.
[11]
Inbestaande bouw één toilet per maximaal 25 personen, bij nieuwbouw tweetoiletten of één toilet voor maximaal 15 personen.
[12] Uit het verbod van reformatio in peius volgt dat men met het instellen vanbezwaar in beginsel niet in een slechtere positie mag worden gebracht. Hetrisico van bezwaar tegen je eigen (verleende) vergunning is daardoor klein,tenzij er strijdigheid is met de wet.
[13] Bijaannemelijkheid gaat het om het gewone volgens ervaringsregels (hierover bijv.Prof. mr. R.J.N. Schlössels, 'Een vrije en kenbare bewijsleer?' in: Bestuursrechtelijkbewijsrecht: wetgever of rechter?, preadviezen VAR-reeks 142, Den Haag: BoomJuridische uitgevers 2009, p. 59).

Mei 2024


Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.