Blog over rechtspersonenauteursrecht met afbeelding boek
Het rechtspersonenauteursrecht

Fictief makerschap bij eerste openbaarmaking

Het auteursrecht is volgens artikel 1 van de Auteurswet ('Aw) het uitsluitend recht van de 'maker' van een werk. Wie met creatief denkwerk het werk tot stand brengt, is de fysieke maker en degene die meestal auteursrechthebbende is, die het werk mag verveelvoudigen en openbaar mag maken. Maar er is ook 'fictief makerschap'.

Bij fictief makerschap is er sprake van een situatie waarin een ander dan wie het werk heeft gecreëerd als 'maker' wordt beschouwd. Die vinden we terug bij werk dat in dienstverband is gemaakt (art. 7 Aw) en werk dat door een rechtspersoon openbaar gemaakt wordt zonder vermelding van de auteur (art. 8 Aw).

Art. 8 Aw kan als 'rechtspersonenauteursrecht' worden aangeduid en is als volgt geformuleerd:
"Indien eene openbare instelling, eene vereeniging, stichting of vennootschap, een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij eenig natuurlijk persoon als maker er van te vermelden, wordt zij, tenzij bewezen wordt, dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was, als de maker van dat werk aangemerkt."

Rechtspersoon
Uit dit artikel volgt dat een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon die een werk als eerste als van hem afkomstig openbaar maakt of publiceert, als maker of auteur wordt beschouwd. Dat geldt ook voor een niet-rechtspersoonlijkheid-bezittende BV i.o.[1]. Dit artikel is bedoeld voor verslagen, berichten en mededelingen die vaak van hoge wetenschappelijke waarde zijn, maar waarbij art. 7 Aw vanwege het ontbreken van een dienstverband niet van toepassing is[2]. Er dient wel een verband te zijn tussen het werk en de rechtspersoon; slechts het achterwege laten van naamsvermelding is onvoldoende[3].

Rechtmatige openbaarmaking
Het artikel vereist dat de openbaarmaking rechtmatig was. Als er bijvoorbeeld afgesproken was dat de rechtspersoon het werk openbaar maakt mèt naamsvermelding van de fysieke maker en zich niet aan die afspraak houdt, kan zij zich niet beroepen op het rechtspersonenauteursrecht van art. 8 Aw.

Opdrachtgeversauteursrecht?
Uit een rechtspersonenauteursrecht kan nog geen opdrachtgeversauteursrecht worden afgeleid[4]. Deze laatste speelt bij werken van toegepaste kunst c.q. modellen een rol. In zijn algemeenheid zijn ook de bedoeling van partijen en de aard en strekking van de overeenkomst van belang. Was bijvoorbeeld het gebruik van een ontwerp de reden van de opdracht[6]? En wat als de omstandigheden veranderen? Je kunt als fysieke maker (ontwerper, tekstschrijver, etc.) onaangename verrassingen met rechtspersonen voorkomen door je afspraken over naamsvermelding op papier te hebben, in je algemene voorwaarden, offerte of opdrachtbevestiging dus.

N.B. Hoofdstuk 1a (De exploitatieovereenkomst) is niet van toepassing bij een fictief makerschap op grond van art. 8 Aw.

[1] Rb. Arnhem 20 september 1979, ECLI:NL:RBARN:1979:AC6671.
[2] Kamerstukken II, 1911/12, 227, 3, p.8.
[3] Hof Arnhem 23 juli 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:5404.
[4] Een voorstel tot uitbreiding van het artikel naar alle 'tegen betaling' gemaakte werken werd ook verworpen (Kamerstukken II, 1911/12, 227, 10, p. 55).
[5] O.a. Hof Amsterdam 4 juni 1980, ECLI:NL:GHAMS:1980:AM0574;
[6] Vergelijk: Rb. Rotterdam 20 december 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:10152.

Januari 2017
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.