Blog over podiumkunsten, rechten en contractsvormen met afbeelding van Theater Carré, Amsterdam
Podiumkunsten
Rechten en contractvormen
Je wilt met je humor, spelfantasie of passie voor muziek of dans het publiek vermaken, verbazen, verrassen en verwonderen. Bij beroepsmatige uitoefening kunnen er verschillende rechten en contractvormen de revue passeren.

Het auteursrecht
Het auteursrecht is volgens artikel 1 van de Auteurswet ('Aw') het uitsluitend recht van de 'maker' van een werk. Wie met creatief denkwerk het werk tot stand brengt (dus bijvoorbeeld een script, dans, choreografie of melodie bedenkt), is de fysieke maker en degene die meestal auteursrechthebbende is[1] (al dan niet met anderen). Het auteursrecht kent de maker het exclusieve recht toe een werk openbaar te maken (art. 12 Aw) en te verveelvoudigen (art. 13 en 14 Aw). Deze rechten worden tezamen het exploitatierecht genoemd. Daarnaast zijn er persoonlijkheidsrechten (art. 25 Aw), rechten die verbonden zijn met de persoon van de maker, zoals het recht op naamsvermelding. Persoonlijkheidsrechten kunnen niet worden overgedragen aan een ander. Wel kan de maker er meestal afstand van doen. Beperkingen op het auteursrecht zijn opgenomen in § 6 van de Auteurswet, bijvoorbeeld voor privégebruik en onderwijsdoeleinden. Het auteursrecht beschermt tot zeventig jaar na de dood van de maker.

Naburige rechten
Uitvoerende kunstenaars – waaronder toneelspelers, dansers, musici, zangers of poppenspelers – kunnen als 'herscheppende kunstenaar' bescherming vinden bij de Wet op de naburige rechten ('WNR') als 'houder' (art. 1 sub a jo. 1a WNR)[2]. Naburige rechten zijn afgeleid van het auteursrecht en beschermen niet het werk, maar de prestatie die met het werk is verricht: de uitvoering, opvoering, vastlegging op een geluidsdrager of (her)uitzending via radio of televisie. Het naburige recht ontstaat automatisch, net als het auteursrecht. De prestatie kan zowel auteursrechtelijk beschermd werk (na toestemming[3]) zijn, als werk waarop het auteursrecht is vervallen. Art. 2 WNR somt de exploitatierecht van de uitvoerend kunstenaar (zoals de toneelspeler, danser, musicus, zanger of poppenspeler) op: a. het opnamerecht; b. het reproductierecht; c. het verspreidingsrecht; d. het recht tot immateriële openbaarmaking. Ook de uitvoerend kunstenaar heeft persoonlijkheidsrechten, rechten die verbonden zijn met de persoon van de uitvoerder, zoals het recht op naamsvermelding (art. 5 WNR). Het verbodsrecht is voor uitvoerend kunstenaar omgezet in een vergoedingsrecht (art. 7 WNR). De vergoeding loopt via Stichting SENA. Beperkingen op de naburige rechten zijn opgenomen in art. 10 en 11 WNR, bijvoorbeeld voor privégebruik en onderwijsdoeleinden. Het naburige recht beschermt tot vijftig jaar na het ontstaan van het betreffende onderwerp van bescherming.
Een uitvoerend kunstenaar kan zijn eigen belangen behartigen, maar hij kan zich ook laten vertegenwoordigen door een boekingsbureau, impresariaat of artiestenbureau. Een bureau biedt de kunstenaar zakelijke ondersteuning en beschikt vaak ook over kortere lijnen om aan optredens te komen. Verder kan hij met producenten, podia en andere betrokkenen te maken krijgen.

Collectieve beheersorganisaties
Collectieve beheersorganisaties houden zich bezig met de bescherming van muziekwerken en het innen van vergoedingen voor het gebruik daarvan. Buma/Stemra verzorgt de auteursrechtelijke vergoedingen voor bij haar aangesloten componisten, tekstschrijvers en uitgevers. Buma doet dat voor openbaarmaking van muziek en uitvoeringen en Stemra voor de vastlegging op geluidsdragers en -apparatuur. Stichting SENA verzorgt de vergoedingen op grond van naburige rechten. Daarnaast is er het Centrum voor Dienstverlening Auteurs- en Aanverwante Rechten (CEDAR) dat de bij haar aangesloten auteursrechtorganisatiesâ‚„ ondersteunt ten behoeve van optimale belangenbehartiging van auteursrechthebbenden.  
Bij een combinatie van uitvoering van muziek theatrale uitvoering krijgt men te maken met 'groot recht'. In dergelijke uitvoeringen zijn meerdere auteursrechten betrokken. Elementen als choreografie, kostuums, tekst, muziek e.d. zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Groot recht wordt door het theater voldaan aan de producent, die daar vervolgens bijvoorbeeld afdrachten voor muziekauteursrecht uit betaalt ten behoeve van de rechthebbenden (al naar gelang de afspraken met muziekauteurs- en uitgevers). Voor uitsluitend muzikaal werk (al dan niet met tekst) geldt het 'klein recht', af te dragen door het podium aan Buma.

Contracten
Als podiumkunstenaar streef je naar een uitvoering op een podium met een zaal vol publiek. Er zijn verschillende contractvormen waar je dan mee te maken kunt krijgen.

Boekingsovereenkomst
Er kan een boekingsovereenkomst tussen de artiest en het boekingsbureau, impresariaat of artiestenbureau worden gesloten waarmee het voor beide partijen duidelijk is onder welke voorwaarden de samenwerking met een podiumkunstenaar plaatsvindt. Zo regelt de boekingsovereenkomst bijvoorbeeld het boekingspercentage en de berekening daarvan (meestal over de uitkoopsom), boekingsexclusiviteit, looptijd, verplichtingen van het boekingsbureau (bijvoorbeeld schriftelijke vastlegging van boekingen), verplichtingen van de artiest (zoals prestentatie bij optredens), opzegtermijn, geschillenregeling. Separaat kan een artiestenovereenkomst worden gesloten.

Artiestenovereenkomst
Er kan een artiestenovereenkomst (exploitatieovereenkomst) tussen de podiumkunstenaar en het bureau worden gesloten. In hoofdstuk 1a van de Auteurswet zijn betaling van een redelijke vergoeding, teruggave van rechten wanneer de overgedragen rechten niet worden geëxploiteerd en vernietiging van onredelijk bezwarende bepalingen in de overeenkomsten, voor dergelijke contracten geregeld. Dit hoofdstuk is via een schakelbepaling in de WNR ook van toepassing op uitvoerend kunstenaars. Verder regelt de artiestenovereenkomst onder meer de overdracht van rechten en de looptijd.

Overeenkomst tussen kunstenaar en podium
Er worden contracten gesloten met podia om de producten (podiumkunsten) te programmeren en uit te kunnen voeren, bijvoorbeeld als concert of theatervoorstelling. Een overeenkomst tussen een kunstenaar en een podium bevat afspraken over locatie en tijdstip van de uitvoering en voorbereiding daarvoor, omschrijving van de uitkoopsom of gage (rekening houdend met premies en belastingplichten), betaalwijze, verzekeringen en veiligheidsmaatregelen (denk ook aan veilig parkeren!), maatregelen tegen onrechtmatige opnamen, auteursrechtafdrachten en apparatuur. In separate riders worden algemene zaken rondom de planning respectievelijk technische zaken geregeld.

Licentie
Voor gevallen waarin de auteursrechthebbende (zoals een choreograaf) niet meer betrokken zal zijn bij verdere voorstellingen kan een licentie worden verleend aan een (groep) podiumkunstenaar(s). Bij een licentie(overeenkomst) blijft de auteursrechthebbende eigenaar, maar geeft hij toestemming tot openbaarmaking en/of verveelvoudiging, of wel uitvoering van de toneel- of dansvoorstelling. De licentie kan exclusief (aan één licentienemer of groep) of niet-exclusief (aan een onbeperkt aantal licentienemers of groepen) zijn. Voor de exclusieve licentie is een akte (een schriftelijk stuk) vereist, maar schriftelijke vastlegging is altijd raadzaam. De licentie kan nader worden afgebakend bijvoorbeeld naar regio, tijd of aantal. Natuurlijk is de vergoeding ook in de licentieovereenkomst vastgelegd.

Algemene voorwaarden
Naast de specifieke afspraken over de boeking, is het raadzaam om als podiumkunstenaar algemene voorwaarden te hebben en op de juiste wijze te gebruiken. In algemene voorwaarden kun je zaken regelen als betalingsvoorwaarden, aansprakelijkheidsbeperking, overmacht, annulering, e.d. die voor gebruik bij meerdere overeenkomsten zijn bedoeld. Met algemene voorwaarden die passen bij jouw bedrijf kun je je risico's zo beperkt mogelijk houden en kun je zorgelozer op het podium staan.

[1] Er zijn geen formaliteiten nodig, maar voor je bewijspositie zou je een print, opname of bladmuziek bij de Belastingdienst kunnen laten registeren of (voor muziek) bij Buma/Stemra kunnen aanmelden.
[2] Ook producenten van fonogrammen (art. 1 sub d WNR)  en omroeporganisaties (art. 1 sub e WNR) en filmproducenten (art. 7a WNR) vallen onder de bescherming van naburige rechten.
[3] Als het werk nog auteursrechtelijke beschermd is, heeft de uitvoerend kunstenaar toestemming van de auteursrechtrechthebbende nodig, bijvoorbeeld de choreograaf of scriptschrijver.
[4] Stichting Leenrecht, Stichting Reprorecht, Stichting Pro, Stichting Lira, Stichting De Thuiskopie, Stichting VEVAM en Stichting UvO.

Oktober 2022

Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie.
De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.