Blog over kunst in openbare ruimten, met afbeelding van een beeld in een park.
Kunst in openbare ruimten
Over de meerwaarde, openbaarheid en toelaatbaarheid
Als kind gebruikte ik kunstwerken op straat natuurlijk als klimrek. Maar de culturele meerwaarde van die openbare kunst ervaarde ik pas tijdens een backpack-trip door Australië eind jaren '90. Ik kon dagen ronddwalen door de artistieke straten van Melbourne. En mijn schetsboek raakte voller en voller. Kunst inspireert. En wat voor een poor backpacker telt: op straat is het gratis!

De kunstenaar is vrij de kunst naar eigen inzicht te maken, zonder politieke censuur of maatschappelijke inmenging. Dat is de vrijheid van kunst, die we in internationale verdragen kunnen terugvinden (artt. 73 HGEU, 15 lid 3 ESH). Kunst mag dus in vrijheid ontstaan, worden geuit en worden ontvangen. Dat gebeurt onder meer in de fysieke en digitale openbare ruimte.

Kunst op straat is toegankelijk. Het laat iedereen meedelen in cultuur, ongeacht geloofs-, levens- of rechtsovertuiging. Dergelijke kunst kan een maatschappelijk onderwerp onder de aandacht brengen (zoals 'Rembo' m.b.t. vandalisme[1]), de kwaliteit van de openbare ruimte verbeteren en eventueel dienen als speeltoestel, straatmeubilair of als sportfaciliteit. Openbare kunst kan een reclameboodschap bevatten (denk aan city marketing) of een herdenkingsmonument zijn.

De andere kant van de openbaarheid van die buitenkunst is dat iedereen er ongevraagd mee geconfronteerd wordt en dat het kan leiden tot negatieve gevoelens bij mensen. Daarmee werpt zich vaak de vraag op wat toelaatbaar is en wat niet.

De overheid heeft de grondwettelijke taak maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding te waarborgen (art. 22 Gw). Artistieke uitingen vallen onder de vrijheid van meningsuiting in de Grondwet en verdragen (artt. 7 Gw, 10 EVRM) en daarmee mogen die uitingen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens soms best een beetje schuren. De maatschappelijke context van een kunst- of meningsuiting vereist van het publiek soms een zekere tolerantie die inherent is aan een democratische samenleving. Die tolerantie wordt met enige regelmaat op de proef gesteld als het bijvoorbeeld gaat over religie en/of erotiek. Beperking van de kunstvrijheid kan dan toelaatbaar worden geoordeeld[2]. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut. Een kunstwerk dat niet onnodig kwetsend is en bijdraagt aan een discussie van algemeen belang of maatschappelijke en culturele ontplooiing verdient in het algemeen 'de ruimte'.

[1] 'Rembo' van B. Kramers, Rembrandtpark, Amsterdam (zie foto).
[2] EHRM 25 november 1996, 17419/90 (Wingrove/Verenigd Koninkrijk)

Maart 2017

Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.