Blog over de omgevingsvergunning met afbeelding van molen Nooitgedacht en bouw Haven Spijkenisse
De omgevingsvergunning (algemeen)
De omgevingsvergunning is een instrument om bepaalde activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving vooraf te toetsen. Het wordt gebruikt als een onderwerp niet doelmatig met algemene regels kan worden behartigd of als er internationale verplichtingen meespelen.

Vergunningplichtige activiteiten
Art. 5.1 lid 1 Omgevingswet ('Ow') bevat een opsomming van activiteiten waarvoor primair een vergunning vereist is[1]: (a) een omgevingsplanactiviteit, (b) een rijksmonumentenactiviteit, (c) een ontgrondingsactiviteit, (d) een stortingsactiviteit op zee, (e) een Natura 2000-activiteit, (f) een jachtgeweeractiviteit en (g) een valkeniersactiviteit. Op grond van een algemene maatregel van bestuur kunnen uitzonderingen gelden. In lid 2 worden de activiteiten opgesomd waarvoor primair algemene regels gelden en die vergunningplichtig zijn als zij daartoe in een algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen. De opsomming noemt (a) een bouwactiviteit, (b) een milieubelastende activiteit, (c) een lozingsactiviteit op (1°) een oppervlaktewaterlichaam, (2°) een zuiveringtechnisch werk, (d) een wateronttrekkingsactiviteit, (e) een mijnbouwlocatieactiviteit, (f) een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot (1°) een weg, (2°) een waterstaatswerk, (3°) een luchthaven, (4°) een hoofdspoorweg, lokale spoorweg of bijzondere spoorweg, (5°) een installatie in een waterstaatswerk en (g) een flora- en fauna-activiteit.

Ook uit de waterschapsverordening of een provinciale verordening kan volgen dat een omgevingsvergunning is vereist (artt. 5.3 en 5.4 Ow).

Een omgevingsplanactiviteit is een activiteit waarvoor een vergunning nodig is. Er worden drie varianten onderscheiden[2]:
- binnenplanse omgevingsplanactiviteit ('OPA') voor een activiteit die wel in het omgevingsplan is toegestaan, maar waarvoor wel een vergunning nodig is;
- de buitenplanse omgevingsactiviteit ('BOPA') die op grond van beoordelingsregels te weigeren is voor een activiteit die niet in het omgevingsplan is toegestaan, maar waarvoor is bepaald dat een vergunning mogelijk is;
- de buitenplanse omgevingsactiviteit ('BOPA') voor andere activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

De aanvraag
Het belang van vooroverleg (voorafgaand aan de aanvraag) tussen het bevoegd gezag en een initiatiefnemer van een vergunningplichtige activiteit wordt verondersteld₃ voor een optimale aanvraag. Voor zover aan de orde, ligt het ook op de weg van de initiatiefnemer de gelegenheid tot participatie in te richten (art. 16.55 lid 6 Ow[4]). Een aanvraag kan 'meervoudig' zijn en meerdere vergunningplichtige activiteiten tegelijk betreffen of 'enkelvoudig' en een enkele activiteit betreffen (art. 5.7 lid 1 Ow), al dan niet om verschillende activiteiten afzonderlijk na elkaar aan te vragen. Een samenhangende beoordeling en onderlinge afstemming kunnen van meerwaarde zijn. Er kan pas worden begonnen met de activiteiten of werkzaamheden als alle toestemmingen zijn verleend. De regels over de te verstrekken gegevens en stukken zijn (deels) te vinden in Afd. 7.1 Or[5] waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een algemeen deel, van toepassing bij iedere aanvraag, en een specifiek deel met regels per activiteit. Naast de daar gestelde eisen kunnen decentrale overheden aanvraagvereisten hebben opgenomen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening. In de aanvraag wordt vermeld hoe participatie heeft plaatsgevonden (art. 7.4 Or).

De hoofdregel is dat de reguliere voorbereidingsprocedure van § 16.5.2 Ow wordt gevolgd) art. 16.62 Ow), vergelijkbaar met die in de Awb. Voor een aantal activiteiten is de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van afd. 3.4 Awb van toepassing (art. 16.65 Ow jo. 10.24 Ob). Het ontwerp-besluit zal dan gedurende zes weken ter inzage worden gelegd (art. 3:11 jo. 3:16 Awb), waarbij belanghebbenden hun zienswijze kenbaar kunnen maken (art. 3:15 jo. 3:16 Awb).

De beoordeling
In de Omgevingswet geldt het subsidiariteitsbeginsel als uitgangspunt. Dat betekent dat de gemeente als eerste verantwoordelijk is voor de zorg voor de fysieke leefomgeving, tenzij er een reden is om een ander bestuursorgaan bevoegd te maken (art. 2.3 Ow). Op een enkelvoudige aanvraag wordt meestal door het college van burgemeester en wethouders beslist (art. 5.8 Ow). Bij een meervoudige aanvraag wordt de bevoegdheid bepaald door de bevoegdheid bij losse aanvragen (art. 5.12 lid 1 Ow, art. 5.8-5.11 Ow, 5.14 Ow). Voor latere aanvragen (wijzigingen, uitbreidingen) die dezelfde locatie betreffen geldt het uitgangspunt 'eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag' (art. 5.13 Ow). Andere bestuursorganen kunnen een advies- en/of instemmingsrecht hebben (Afd. 16.2.3. Ow jo. afd. 4.2 Ob., 4.20 Ob).
De beoordeling van varianten aan omgevingsvergunningen wordt beheerst door het specialiteitsbeginsel, zodat die beperkt is tot een afweging van de belangen en aspecten die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor die specifieke vergunningplicht door de wetgever is ingesteld[6].

De beoordelingsregels zijn te vinden in de diverse algemene maatregelen van bestuur waarin de Omgevingswet wordt uitgewerkt[7], omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en het omgevingsplan. Ook kunnen de gevallen en voorwaarden in art. 3 Wet bibob leiden tot weigering van de omgevingsvergunning. Art. 5.32 Ow kan leiden tot weigering als de activiteit de gezondheid zou (kunnen) benadelen en art. 5.33 Ow als de vereiste instemming ontbreekt (vlg. art. 16.16 Ow).

Als een omgevingsvergunning wordt verleend, kunnen daaraan voorschriften worden verbonden. Het kader daarvoor is opgenomen in art. 5:34 Ow. Tegen de weigering, gedeeltelijke weigering[10] en/of tegen beperkende voorwaarden die aan een verleende vergunning verbonden zijn, kun je in bezwaar[8]. Soms is het zinvol ondertussen een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening bij de rechtbank te vragen (art. 8:81 Awb). Belanghebbenden kunnen tegen het besluit in beroep bij de rechtbank (art. 8:1 Awb). In procedures bij de bestuursrechter is een advocaat niet verplicht.

Geen 'automatische' omgevingsvergunning
Bij veel ondernemersvergunningen geldt de Lex Silencio Positivo (LSP), waarmee (onder andere) een gemeente een stok achter de deur heeft om binnen een redelijke termijn te reageren op een vergunningsaanvraag; een vergunning wordt van rechtswege â€" dus automatisch â€" verleend als de gemeente niet of te laat reageert en de beslistermijn (meestal zes weken) overschrijdt, als er tenminste aan wettelijke eisen is voldaan. Deze 'positieve fictieve beschikking' uit § 4.1.3.3 van de Awb is niet van toepassing op de aanvraag voor een omgevingsvergunning (art. 16.64 Ow). De dwangsomregeling van art. 4:17 Awb is wel van toepassing[9].

Aandachtspunten voor de vergunninghouder
Een omgevingsvergunning kan voor een aflopende of voortdurende activiteit worden verleend. Soms is aanpassing van de vergunning nodig, te weten ter actualisatie, wijziging, intrekking of bij een revisievergunning (§ 5.1.5. Ow).

Betreft je omgevingsvergunning een rijksmonumentactiviteit, dan ben je wellicht geïnteresseerd in het boek 'ERFGOEDRECHT • Onroerend erfgoed'.

[1] De terminologie wordt gedefinieerd in de bijlage bij art. 1.1 Ow.
[2] Stb. 2020, 172, p. 87, 89.
[3] Kamerstukken II 2013/14, 33962, 3, p. 173.
[4] Stb. 2018, 290.
[5] De grondslag hiervoor is art. 16.55 lid 2 Ow.
[5] Kamerstukken II 2013/14, 33962, 3, p. 53.
[7] Het Omgevingsbesluit ('Ob', Stb. 2018, 290), het Besluit bouwwerken leefomgeving ('Bbl', Stb, 2018, 291), het Besluit kwaliteit leefomgeving ('Bkl', Stb. 2018, 292) en het Besluit activiteiten leefomgeving ('Bal', Stb. 2018, 293). Daarnaast is er de Omgevingsregeling (Stcrt 2019, 56288) voor het praktische gebruik van de Omgevingswet en de algemene maatregelen van bestuur.
[8] Uit het verbod van reformatio in peius volgt dat men met het instellen van bezwaar in beginsel niet in een slechtere positie mag worden gebracht. Het risico van bezwaar tegen je eigen (verleende) vergunning is daardoor klein, tenzij er strijdigheid is met de wet.
[9] Kamerstukken II 2013/14, 33962, 3, p. 227 en 228.

Mei 2024

Foto: Korenmolen Nooitgedacht Spijkenisse met op de voorgrond bouwproject De Haven van Spijkenisse / Klipper / Elementenweg.

Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.