Artikelen en blog
Productaansprakelijkheid
Fabricagefouten, ontwerpfouten of verkeerde instructies.
Productaansprakelijkheid is een risico-aansprakelijkheid, dat wil zeggen dat de aansprakelijke aansprakelijk is vanuit een bepaalde positie, zonder dat hij ergens ‘schuldig’ aan is of hem iets te verwijten valt. De risico’s van gebrekkige producten kunnen zowel bij een producent als bij een verkoper via wiens weg zo’n product bij het publiek komt, komen te liggen. Voor de producent volgt dat uit art. 6:185 BW en de algemene onrechtmatige daad van art. 6:162 BW en voor de verkoper uit non-conformiteit (art. 7:24 BW).
Producent
Product
Gebrek
Gebreken met betrekking tot de veiligheid van een product, kunnen worden teruggevoerd op gebrekkige (individuele) productie, gebrekkig ontwerp en gebrekkige informatie of instructie bij het product₃. Een gebrekkig ontwerp kan een groot aantal producten betreffen en tot meerdere slachtoffers leiden.
Om de verwachtingen van het grote publiek te beoordelen, wordt er in het bijzonder gekeken naar drie omstandigheden:
- de presentatie van het product, bijvoorbeeld in een reclameboodschap;
- het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het product, dat wil zeggen hoe een persoon uit de kring van mogelijke gebruikers op de – in beginsel – juiste wijze en overeenkomstig de bestemming van het product₄;
- het tijdstip waarop het product ‘in het verkeer wordt gebracht’, of in het verkoopproces aan publiek wordt aangeboden voor gebruik of consumptie₅. Biedt het product op dat moment niet de veiligheid die men dan mag verwachten, dan is het gebrekkig.
Welke schade?
- letselschade en overlijdensschade₆.
- schade aan een zaak welke gewoonlijk voor gebruik of verbruik in de privésfeer is bestemd en door de benadeelde ook hoofdzakelijk is de privésfeer is gebruikt of verbruikt.
Om met succes schadevergoeding te vorderen, moet de benadeelde de schade (exacte omvang is voor het instellen van de vordering niet nodig), het gebrek en het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade te bewijzen (art. 6:188 BW). Dat kan een lastige opgave zijn, die goede bewijsverzameling en documentatie vergt.
Verweermiddelen producent
“1. De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn produkt, tenzij:
a. hij het produkt niet in het verkeer heeft gebracht;
b. het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het produkt in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat dit gebrek later is ontstaan;
c. het produkt noch voor de verkoop of voor enige andere vorm van verspreiding met een economisch doel van de producent is vervaardigd, noch is vervaardigd of verspreid in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf;
d. het gebrek een gevolg is van het feit dat het produkt in overeenstemming is met dwingende overheidsvoorschriften;
e. het op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij het produkt in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken;
f. wat de producent van een grondstof of fabrikant van een onderdeel betreft, het gebrek is te wijten aan het ontwerp van het produkt waarvan de grondstof of het onderdeel een bestanddeel vormt, dan wel aan de instructies die door de fabrikant van het produkt zijn verstrekt.”
Sub e betreft het zogenoemde ‘ontwikkelingsrisico’. Bij veroudering zou de producent zich op het standpunt kunnen stellen dat dat het gebrek op het moment van in het verkeer brengen onmogelijk ontdekt kon worden. Uit sub e volgt dat de product moet bewijzen dat het op grond van de objectieve stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop het product in het verkeer werd gebracht, onmogelijk was het gebrek te ontdekken. Deze kennis, daaronder begrepen het meest geavanceerde niveau, moet wel toegankelijk zijn geweest op het moment dat het product in het verkeer is gebracht₇.
Samenloop
Verjaring, verval en uitsluiting van aansprakelijkheid
De vordering vervalt na tien jaar (art. 6:191 lid 2 BW), dat wil zeggen dat iemand tien jaar nadat het (gebrekkige) product in het verkeer is gebracht niet meer bij de producent kan aankloppen voor schadevergoeding₁₀.
De producent mag zijn aansprakelijkheid niet beperken of uitsluiten (art. 6:192 lid 1 BW). Een exoneratiebeding is daarom vernietigbaar (art. 3:40 BW).
Andere wegen?
Bij een koopovereenkomst kan de koper schadevergoeding vorderen op grond van de algemene regels van conformiteit (art. 7:17 jo. 7:24 BW) als de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten. Als de schade onder de regeling van productaansprakelijkheid valt, is de verkoper in zo’n situatie meestal niet aansprakelijk voor de gevolgschade (art. 7:24 lid 2 BW).
Een vordering op grond van art. 6:173 BW (aansprakelijkheid voor schade door gebrekkige zaak) zal in gevallen van productaansprakelijkheid meestal geen succes hebben. Door deze buiten toepassing te laten (art. 6:173 lid 2 BW) moet door een gebrekkige roerende zaak veroorzaakte schade naar de producent worden doorgespeeld. In twee situaties heeft art. 6:173 BW evengoed een aanvullende werking, te weten
- als de producent zich met succes aanvoert dat het gebrek is ontstaan nadat het product in het verkeer is gebracht (art. 6:185 lid 1 sub b BW);
- als de schade minder bedraagt dan € 500 (art. 6:190 lid 1 sub b BW).
₃ Enkele Amerikaanse publicaties hierover: D. Owen, Product Liability Law, St. Paul, MN: Thomson West 2005 en Michael D. Green, ‘The Schizophrenia of Risk-Benefit Analysis in Design Defects under the proposed Section 2(b) of the Restatement (Third) of Torts: Products Liability – A Judge’s View’, U.Mich J.L. Reform 1997, afl. 2, p. 221-238.
₄ Kamerstukken II 1987/88, 19636, 6, p. 22.
₅ HvJEG 9 februari 2006, C-127/04, NJ 2006/401. Welk punt in het proces geldt als moment van ‘in het verkeer brengen’, is nog weinig geconcretiseerd.
₆ Evt. kan immateriële schade hieronder vallen. Of deze voor vergoeding in aanmerking komt, wordt beoordeeld naar art. 6:106 BW.
₇ HvJ EG 29 mei 1997, ECLI:EU:C:1997:255.
₈ Bijv. Rb. Maastricht 21 maart 2002, ECLI:NL:RBMA:2002:AE0776, Rb. Zwole 24 april 2002, ECLI:NL:RBZWO:2002:AE3577.
₉ Voorbeelden van verjaring: Rb. Rb. Alkmaar 27 juni 2012, JA 2012/195, Rb. ’s-Hertogenbosch 11 juli 2012 ECLI:NL:RBSHE;2012:BX0848.
₁₀ HvJ EU 9 februari 2006, C-127/04, NJ 2006/407.
Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn niet bedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk na te streven . Ook kande informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn door wijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen. Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen van het gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie.
Welkom bij Legalance. Ik ben Anneke, jurist voor ondernemers en particulieren. Ook werk ik als freelance-jurist* of teken ik voor legal design. Hier vind je artikelen en blogposts op het gebied van bestuursrecht, erfgoedrecht (incl. werelderfgoed), horecarecht, ICT-recht, intellectueel eigendomsrecht, kunstrecht, mededingingsrecht, mensenrechten, omgevingsrecht, privaatrecht, privacy en verwerking persoonsgegevens (AVG), (goederen) vervoersrecht en veterinair recht (multidisciplinair).
Ben je niet op zoek naar een advocaat, maar wel naar de juridische oplossing, vraagbaak of ondersteuning die bij jou, je bedrijf of organisatie past? Laten we eens kennismaken.
*Jurist of paralegal vanuit Spijkenisse, vanaf Voorne-Putten (bij Rotterdam).