Blog over de rolverdeling tussen dierenarts en paraveterinair met afbeelding Labrador
Derolverdeling tussen dierenarts en paraveterinair bij een gebitsbehandeling
Bij: VTC 28 maart 2019, ECLI:NL:TDIVTC:2019:9
Uit de Wet dieren en het daarmee samenhangende Besluit diergeneeskundigen volgt dat de dierenarts de diergeneeskunde in volle omvang mag uitoefenen en paraveterinairen in beperkte omvang, binnen het deelonderwerp van hun opleiding. Betrokkenheid van de dierenarts is wel vereist. Over de precieze bevoegdheidsafbakening bestaat toch nog veel onzekerheid. Het     Veterinair Tuchtcollege ('VTC') heeft met de uitspraak van 28 maart 2019 de rolverdeling duidelijk uitgelegd.
     Belangrijke begrippen bij de bevoegdheidsafbakening zijn 'diergeneeskundige handelingen' en  'lichamelijke ingreep'. Deze laatste betreft het verbreken van de natuurlijke samenhang van levende weefsels (art. 1.1 lid 1 Wet dieren[1]), zoals dat bijvoorbeeld bij een operatie of een injectie gebeurt.
     De bevoegdheidsafbakening heeft voor de invulling van de zorgvuldigheidsnorm (zorgplicht, art. 4.2 Wet dieren) met betrekking tot gebitsbehandelingen meer duidelijkheid gekregen met de uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege ('VTC') van 28 maart 2019[2]. Het VTC heeft zich daarin expliciet tot de beroepsgroep gericht om de rolverdeling tussen dierenarts en paraveterinair bij een gebitsbehandeling buiten twijfel te stellen. Naar het oordeel van het VTC is het evident dat een paraveterinair geen gebitselementen mag extraheren en dat zijn of haar rol bij een gebitsbehandeling met name bestaat uit het verwijderen van tandsteen, het – met ultrasoon apparatuur – spoelen en reinigen van het gebit en het eventueel polijsten van gebitselementen (par. 5.4). De dierenarts dient zelf voorafgaand aan de gebitsbehandeling een gebitscontrole uit te voeren en een plan van aanpak, de narcose en de inzet van medicatie te bepalen. Als extractie van gebitselementen nodig is, dan mag dat niet aan de paraveterinair worden overgelaten. De nacontrole dient ook door de dierenarts plaats te vinden (par. 5.5).
     Wie het krakende geluid kent, zal het niet verbazen: bij extractie gaat het om een weefselverbrekende handeling (par. 5.5). Om iedere discussie rondom het begrip 'weefselverbrekende handeling' te voorkomen, heeft het VTC in deze uitspraak de eerdergenoemde zorgvuldigheidsnorm nog eens willen preciseren en aanscherpen door te oordelen dat "het een paraveterinair simpelweg op geen enkele wijze is toegestaan om zelf actief en handmatig gebitselementen uit de bek van een dier te verwijderen, ook niet als ze 'los' zouden zitten of liggen, omdat dit in de praktijk nimmer of zeldzaam voorkomt en er altijd enige vorm van manipulatie en weefselverbreking plaatsvindt". Echt loszittende of losliggende elementen vallen er immers ook vanzelf wel uit, zo is de gedachte (par. 5.10). Met deze uitspraak is het duidelijk dat het verwijderen van tanden en kiezen uit de bek van een dier géén assistentenwerk is.

Meer weten over de zorgplicht voor dierenartsen? Lees ook het artikel: 'De koe bij de horens gevat. De zorgplichten van de dierenarts en handvatten voor de toets'.
[1] Het Besluit diergeneeskundigen is te raadplegen via < https://wetten.overheid.nl/BWBR0035091/2019-06-01 >
[2] Veterinair Tuchtcollege 28 maart 2019, ECLI:NL:TDIVTC:2019:9. De volledige uitspraak kan worden nagelezen via < https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2019/ECLI_NL_TDIVTC_2019_9 >

Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn nietbedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk nate streven. Ook kan de informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn doorwijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen.Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen vanhet gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie. De tekst-editor veroorzaakttaal- en opmaakfouten in de weergave.